Naar de inhoud
Terug naar blog

Truss-voeding verdelen: stroomplan voor licht, geluid en food

Truss-voeding verdelen: stroomplan voor licht, geluid en food

Stroom naar een truss verdeel je in een vaste volgorde. Je begint bij de hoofdaansluiting of het aggregaat. Daarna gaat de stroom naar een hoofdverdeelkast en vandaar naar een subverdeler per zone: licht op de truss, geluid, takels en eventueel een foodcourt. Elke zone krijgt eigen groepen met een eigen differentieelbeveiliging. Je spreidt de belasting zo gelijk mogelijk over de drie fasen, en de hele installatie hangt aan één goed gemeten aarding. Voor je het publiek binnenlaat, keurt een erkend keuringsorganisme de opstelling. Hieronder lees je hoe je dat stap voor stap plant, met rekenvoorbeelden en de Belgische regels die erbij horen.

Stroomhuren
stroomhuren.be
Voorzie je truss van betrouwbare stroom
Stroomhuren verhuurt stroomkasten, kabels, verdeelpanelen en aardingsmaterialen voor evenementen en biedt maatwerk en veiligheidsadvies.
Bekijk de stroomoplossingen

Kort samengevat

  • Werk in lagen: hoofdaansluiting, hoofdverdeelkast, subverdeler per zone en pas dan de truss. Sluit nooit een volledige lichtrig aan op één verlengkabel.
  • Reken per fase: tel op wat tegelijk aanstaat en verdeel dat over L1, L2 en L3. Een 32A-driefasige aansluiting levert in theorie zo’n 22 kW, een 63A-aansluiting ongeveer 43,6 kW.
  • Geef audio en licht elk eigen groepen, liefst vanuit een aparte subverdeler. Ze delen wel hetzelfde aardingssysteem.
  • Voorzie bij een foodcourt één groep per stand met een eigen differentieel, en vraag elke stand vooraf om zijn vermogenslijst en stekkertype.
  • Laat keuren: in België geldt het AREI. Tijdelijke installaties in tenten en tijdelijke constructies moeten een positief attest van een erkend keuringsorganisme hebben voor ze in gebruik gaan.

Inhoudsopgave

Van aansluiting tot truss: de opbouw in drie lagen

Een goede stroomverdeling op een evenement ziet eruit als een boom. Bovenaan staat de bron: een vaste aansluiting op de site, een werfkast of een aggregaat. Van daaruit loopt één zware voedingskabel naar de hoofdverdeelkast. Die kast staat centraal en hangt aan de aarding. Ze bevat de hoofdbeveiliging en verdeelt de stroom over de zones.

De tweede laag zijn de subverdelers. Je plaatst er één per zone: een kast bij de truss voor licht, een kast bij front-of-house of de podiumrand voor geluid, en een kast bij het foodcourt. Elke subverdeler krijgt een eigen voedingskabel uit de hoofdverdeelkast. Zo valt bij een storing in de foodcourt niet meteen je hele lichtshow uit.

De derde laag is de eindverdeling: de groepen die echt naar de toestellen gaan. Op een truss zijn dat de kabels die langs de buizen naar de spots, wash-lights of LED-bars lopen. Daar gebruik je meestal 16A-circuits met CEE- of Schuko-aansluitingen, afhankelijk van wat de toestellen vragen.

Wil je dieper ingaan op hoe zo’n boom technisch werkt, lees dan onze uitleg over verdeelsystemen voor evenementen. Daarin staat ook welke rol elke kast speelt.

Waar zet je de subverdeler voor de truss?

Zet de subverdeler voor de truss op de grond, buiten het bereik van het publiek, en zo dicht mogelijk bij een van de truss-poten of de takelpunten. Korte kabels naar boven betekenen minder spanningsverlies en minder kabel die in de weg hangt. Hang de verdeelkast nooit zelf aan de truss, tenzij de constructie daarop berekend is en de rigger het goedkeurt. Zorg dat de technicus de kast altijd kan bereiken zonder ladder of hoogwerker. Bij een storing wil je binnen enkele seconden een groep kunnen uitschakelen of resetten.

Vermogen berekenen per truss en per fase

Vermogen berekenen per truss en per fase

Begin met een lijst van alles wat op de truss hangt of erop aangesloten wordt: spots, moving heads, LED-bars, stroboscopen, hazers en eventueel kettingtakels. Noteer per toestel het opgegeven vermogen in watt. Tel daarna op wat tegelijk aan kan staan. Het opstartmoment telt mee, want dan trekken veel toestellen tegelijk stroom.

Het verband tussen vermogen, spanning en stroom ken je uit de elektrotechniek:

  • enkelfasig (230 V): P = U × I × cos φ
  • driefasig (400 V): P = √3 × U × I × cos φ

Bij moderne LED-armaturen met een goede voeding ligt cos φ dicht bij 1. Voor een snelle inschatting kun je met 1 rekenen en daarna reserve houden. Wat dat in de praktijk geeft per type aansluiting:

Aansluiting Spanning Theoretisch maximum (cos φ = 1)
Schuko 16A, enkelfasig 230 V ca. 3,7 kW
CEE 16A, driefasig (5-polig, rood) 400 V ca. 11 kW
CEE 32A, driefasig 400 V ca. 22,2 kW
CEE 63A, driefasig 400 V ca. 43,6 kW

Dat zijn maxima, geen werkwaarden. Plan een groep nooit tot op de laatste ampère. Vaak komen er op de dag zelf nog toestellen bij: een extra hazer, een laptop van de VJ of een koelkast achter de bar. Uitgebreidere rekenvoorbeelden voor een volledig evenement staan in onze gids vermogen berekenen voor een evenement.

Rekenvoorbeeld: een frontruss van 12 meter

Stel dat je frontruss deze toestellen draagt:

  • 8 moving heads van 400 W = 3.200 W
  • 12 LED-wash-armaturen van 200 W = 2.400 W
  • 4 blinders van 250 W = 1.000 W
  • 2 stroboscopen van 500 W = 1.000 W

Samen is dat 7.600 W. Op één Schuko-groep van 16A past dat niet: die zit rond 3,7 kW. Je verdeelt het dus over drie fasen. De moving heads komen bijvoorbeeld op L1 (3.200 W), de washes op L2 (2.400 W) en de blinders en stroboscopen samen op L3 (2.000 W). Elke fase blijft zo ruim onder de grens van een 16A-groep. Een CEE 16A-driefasige voeding naar een kleine subverdeler op de truss volstaat dan. Wil je reserve voor een tweede truss of een uitbreiding, dan voed je de subverdeler met 32A.

Fasen in balans houden

Verdeel de belasting over drie fasen zo gelijk mogelijk. Bij een grote onbalans draagt de nulgeleider meer stroom. De ene fase zit dan dicht tegen haar beveiliging aan, terwijl de andere nauwelijks belast is. Houd daarbij rekening met moderne elektronica. LED-voedingen, dimmers en schakelende voedingen veroorzaken harmonische stromen die de nulgeleider extra belasten, zelfs als de fasen op papier mooi in balans zijn. Daarom zijn kabels met een volwaardige nulgeleider en een verdeelkast met een amperemeter per fase geen luxe. Meet tijdens de soundcheck en de eerste lichtcue wat er echt per fase loopt, en schuif groepen op als één fase duidelijk hoger zit.

Kabels en aansluitingen op de truss zelf

Op de truss zelf telt vooral orde. Bundel de voedingskabels per groep en bevestig ze met klittenband of kabelbinders aan de onderste buizen. Laat ze nooit los hangen. Houd voeding en signaal (DMX, netwerk, audio) zoveel mogelijk op aparte buizen of aan een andere kant van de truss. Waar ze toch kruisen, doe je dat haaks.

Gescheiden kabelgoten langs een podiumtruss

Voor buitengebruik en voor zwaardere tijdelijke toepassingen kiezen technici meestal rubberkabel van het type H07RN-F. Die is beter bestand tegen vocht, slijtage en mechanische belasting dan een gewoon huishoudelijk verlengsnoer. Voorzie aan elke aansluiting voldoende trekontlasting. Een kabel die bij het optakelen van de truss onder spanning komt te staan, trekt anders de stekker los of beschadigt de aansluiting.

Kettingtakels hebben een eigen motorsturing nodig. Voed die sturing via een aparte groep, niet op dezelfde lijn als het licht. Zo kun je de takels uitschakelen zonder dat de rig donker wordt, en omgekeerd.

Moet je wisselen tussen aansluitingen, bijvoorbeeld een 63A-voeding naar een 32A-verdeelkast? Gebruik dan een correcte overgang, nooit een zelfgemaakte constructie. We verhuren CEE-adapters en overgangen in de gangbare combinaties, waaronder een CEE-adapter van 63A naar 32A. Let op: een overgang naar een kleinere aansluiting hoort achter een passende beveiliging te zitten. Twijfel je of de beveiliging stroomafwaarts klopt, vraag het dan na bij de installateur die de opstelling laat keuren.

Audio en licht gescheiden voeden

Audio en licht krijgen elk hun eigen voeding. De reden is praktisch: lichttoestellen met schakelende voedingen, dimmers en stroboscopen sturen storingen terug het net op. Als je versterkers en mengtafel op dezelfde groep zitten, hoor je dat als brom, gezoem of tikken in de speakers. Daarnaast wil je niet dat een stroboscoop die een groep laat afslaan ook je PA stillegt.

In de praktijk werkt dit zo:

  1. Aparte subverdeler voor audio. Voed de geluidsinstallatie vanuit een eigen kast, die rechtstreeks uit de hoofdverdeelkast komt. Hang er geen licht, food of bar aan.
  2. Eigen fase waar het kan. Als het vermogen het toelaat, geef je audio een eigen fase. Bij grote PA-systemen kom je daar niet altijd mee toe. Dan verdeel je audio over de fasen, maar altijd op groepen die alleen audio voeden.
  3. Eén gemeenschappelijke aarding. Scheiden betekent aparte groepen en kasten, nooit een aparte aardpen voor audio. Twee verschillende aardingen veroorzaken net brom en zijn bovendien gevaarlijk. Alles hangt aan hetzelfde aardingssysteem.
  4. Front-of-house op dezelfde verdeling als het podium. Voed de mengtafel vanuit dezelfde audioverdeling als de versterkers, ook al staat ze 40 meter verder. Dat voorkomt potentiaalverschillen tussen beide plaatsen.

Blijft er brom ondanks een gescheiden voeding? Dan gebruiken geluidstechnici vaak een scheidingstransformator of een ontstoorde DI-box op de signaalkant. Maak de aarding nooit los om brom weg te werken: dan verdwijnt je bescherming tegen elektrocutie.

Foodcourt: stroom verdelen over standen

Een foodcourt vraagt een ander soort plan dan een truss. De belasting is zwaar en verspreid: frituurpannen, bakplaten, koffiemachines en koelingen draaien urenlang op vol vermogen. Elke stand heeft bovendien zijn eigen stekkers en zijn eigen idee van wat “een gewone aansluiting” is.

Zo pak je het aan:

  • Vraag vooraf per stand een vermogenslijst en het type aansluiting: Schuko, CEE 16A enkelfasig (blauw), CEE 16A of 32A driefasig (rood). Vraag ook of de stand op gas kookt of elektrisch.
  • Plaats een subverdeler voor het foodcourt met één groep per stand, elk met een eigen differentieel. Valt één frituur uit door een lek, dan blijven de buren gewoon verkopen.
  • Verdeel de zware standen over de fasen. Zet twee elektrische frituren niet op dezelfde fase.
  • Hou koeling apart. Koelingen mogen niet uitvallen door een probleem bij een kookstand. Geef ze een eigen groep.
  • Vraag de attesten op. Wie in België een standplaats voor een ambulante activiteit aanvraagt, moet, indien van toepassing, een keuringsattest voor de gas- en elektriciteitsinstallatie kunnen voorleggen, en wie voeding verkoopt heeft een FAVV-registratie, -erkenning of -toelating nodig. Sommige gemeenten leggen de verantwoordelijkheid uitdrukkelijk bij de organisator, die moet zorgen voor een keuring van de foodtrucks door een erkend keuringsorganisme.

Voor een kleine markt met vijf standen volstaat vaak een 32A-subverdeler. Bij een groot foodcourt met elektrische kookstanden kom je al snel bij 63A of meer. Reken het altijd uit met de echte lijsten van de standen, niet met een schatting.

De Belgische regels: AREI, beveiliging, aarding en keuring

In België staan de algemene voorschriften voor elektrische installaties in het AREI (in het Frans: RGIE). De huidige versie werd ingevoerd bij het koninklijk besluit van 8 september 2019 en is van kracht sinds 1 juni 2020. Voor evenementen komen daar vaak gemeentelijke reglementen en eisen van de brandweer bij. Kijk die dus altijd na bij de gemeente waar je evenement plaatsvindt.

De belangrijkste eisen op een rij:

Onderwerp Wat er gevraagd wordt
Hoofdbeveiliging De hoofdaansluiting van een tijdelijke evenementeninstallatie minimaal achter een differentieel van 300 mA
Stroomkringen Kringen minimaal beveiligd met een differentieel van ≤ 100 mA; voor stopcontacten en verplaatsbaar materieel buiten wordt in de praktijk vaak 30 mA toegepast
Aarding Beschermingsgeleiders verbonden met een aardverbinding van maximaal 500 Ω
Materiaal CE-gemarkeerde toestellen, beschermd tegen weersinvloeden
Keuring Stroomgroepen, verdeelkasten en aarding in tijdelijke constructies zoals tenten ter plaatse gekeurd door een erkend keuringsorganisme, met een positief attest vóór ingebruikname

Het reglement over keuring in tijdelijke constructies voorziet ook een uitzondering. Gebruik je een bestaande installatie, zoals een vaste werfkast, onder 40 ampère, dan is een aparte keuring daar niet nodig. Voorwaarde is dat de installatie conform is en de laatste keuring niet ouder is dan 5 jaar voor werfkasten. Een truss met licht en geluid in een tent valt daar meestal niet onder, want daar plaats je zelf stroomgroepen, kasten en aarding.

Een positief keuringsverslag is bovendien geen vrijbrief. De federale overheidsdienst Werkgelegenheid wijst erop dat een keuring geen absolute veiligheidsgarantie biedt. De werkgever moet voor elke elektrische installatie een risicoanalyse maken. Zit je met een bijzondere opstelling, bijvoorbeeld een truss boven water of een installatie op een metalen podiumvloer? Bespreek dat dan vooraf met het keuringsorganisme en je elektricien, niet op de ochtend van de opbouw.

Meer over de aardingsmeting en wat een keurder komt nakijken, lees je in onze gids over aarding en keuring van tijdelijke installaties. Daarvoor hebben we ook aardingskabel op haspel van 16 mm² en ander aardingsmateriaal in de verhuur.

Kabels veilig leggen tussen publiek en podium

De mooiste verdeling op papier helpt niet als de kabels slordig liggen. Gemeentelijke richtlijnen voor tijdelijke installaties zijn hier duidelijk over. Kabels in doorgangen bescherm je met een kabelgoot of kabelbrug tegen struikelen en mechanische schade. Kabelhaspels rol je volledig af, anders kunnen ze oververhitten. Elektrische kasten die buiten staan, moeten waterdicht zijn.

Nog enkele praktische punten uit het veld:

  • Leg kabels nooit onder tapijt of grondzeil waar je ze niet meer ziet. Een kabelbrug is zichtbaar en houdt ook rolcontainers en heftrucks tegen.
  • Sluit kasten af of zet ze achter nadarhekken, zodat het publiek er niet aan kan.
  • Leg aansluitingen en koppelingen nooit in een plas of een greppel. Verhoog ze met een blokje of een kabelhouder.
  • Label elke kabel aan beide uiteinden met de groep en de zone. Bij een storing om middernacht scheelt dat veel zoekwerk.

Voor doorgangen met veel publiek of voertuigen gebruiken we onder meer de kabelbrug Mobiltruss PC100 met 2 kanalen. Voor gangpaden en backstage is een kabelgoot vaak voldoende. Concrete opstellingen voor events en werven, met foto’s en schema’s, vind je bij onze veilige voorbeelden van stroomopstellingen.

Hoe wij naar truss-voeding kijken

We zien op evenementen zelden dat het misgaat door één groot probleem. Meestal is het een opeenstapeling van kleine dingen: een extra toestel dat op het laatste moment bij een volle groep wordt geprikt, een overgang zonder passende beveiliging, een haspel die half opgerold ligt, een foodstand die met een andere stekker toekomt dan afgesproken. Daarom beginnen we altijd bij de lijst. Wat hangt er op de truss, wat staat er in het foodcourt, wat trekt de PA? Pas daarna kiezen we de kasten en kabels.

We werken met materiaal dat voldoet aan de Europese normen, en ons team is VCA-gecertificeerd. Klanten die zelf een technische ploeg hebben, kiezen vaak voor dry hire: zij halen de verdeelkasten, kabels en aarding op en bouwen zelf. Wie dat liever uitbesteedt, kiest volledige service, waarbij we de installatie mee laten verzorgen. In beide gevallen heb je met Fien één vast aanspreekpunt, van offerte tot terugbrengen. Ons advies aan elke organisator: plan je stroom samen met je licht- en geluidsplan, niet erna. Wie dat doet, hoeft op de dag zelf niet te improviseren.

— Belgalink

Klaar om je stroomplan uit te voeren?

Weet je hoeveel vermogen je truss, je geluid en je foodcourt nodig hebben? Dan stellen we de verdeling voor je samen: van de hoofdverdeelkast tot de laatste kabel naar de truss. Voor de meeste truss-zones volstaat een verdeelkast 32A (PSU 32A VELLO). Als hoofdverdeler of voor een zwaar foodcourt is er de verdeelkast 63A (PSU 63A VELLO). Je krijgt binnen 24 uur een offerte, we zijn 24/7 bereikbaar en via de nachtsas haal je je materiaal op of breng je het terug wanneer het jou past.

Stroomhuren

Bekijk alle mogelijkheden op onze pagina stroom huren voor je evenement, of lees eerst wat stroom voor een evenement kost.

Veelgestelde vragen

Mag ik een truss voeden met gewone verlengsnoeren?

Voor een kleine opstelling met enkele lichte toestellen kan een geschikte kabel met Schuko volstaan, maar een huishoudelijk verlengsnoer is niet gemaakt voor buitengebruik of zware tijdelijke belasting. Gebruik rubberkabel zoals H07RN-F en voed de truss via een verdeelkast met eigen beveiliging. Rol haspels altijd volledig af.

Hoeveel groepen heb ik nodig voor één truss?

Dat hangt af van het totale vermogen en het aantal toesteltypes. Als vuistregel geef je licht, takels en effecten (hazer, strobo) elk een eigen groep, verdeeld over de drie fasen. Reken per groep met wat er tegelijk aanstaat, en houd reserve voor toestellen die er op de dag zelf bijkomen.

Moeten audio en licht een aparte aarding hebben?

Nee. Audio en licht krijgen aparte groepen en liefst een aparte subverdeler, maar ze hangen aan hetzelfde aardingssysteem. Twee verschillende aardingen kunnen net brom veroorzaken en zijn gevaarlijk bij een fout.

Wie moet de keuring van een tijdelijke evenementeninstallatie regelen?

Meestal de organisator. In veel gemeenten moet een erkend keuringsorganisme stroomgroepen, verdeelkasten en aarding ter plaatse keuren voor het evenement start. Vraag bij je gemeente na welke attesten zij precies verwachten, ook voor foodtrucks en standen.

Bronnen

Aanbevelingen