Stroomvereisten voor theatertournees: gids voor organisatoren
Vóór je ook maar één kabel uitrolt, heb je drie dingen nodig van de locatie: een overzicht van beschikbare CEE-aansluitingen (16A, 32A of 63A, mono- of driefasig), de totale beschikbare ampères per groep, en een geldig keuringsrapport van de verdeelkast conform NEN 3140. Zonder die drie documenten is opbouwen een gok. Stuur onderstaande tekst naar je venue-contactpersoon zodra de datum vaststaat:
Kopieerbare mail aan venue/technisch contactpersoon:
- Welke CEE-aansluitingen zijn beschikbaar op of nabij het podium? (16A, 32A, 63A, mono- of driefasig)
- Hoeveel ampères zijn beschikbaar per groep, en hoeveel groepen zijn vrij te gebruiken?
- Wat is de afstand van het verdeelpunt naar het podium en naar de FOH-positie?
- Is er een recent keuringsrapport (NEN 3140) van de evenementenkast beschikbaar? Zo ja, graag een kopie.
- Is er een aardingstestrapport aanwezig?
- Wie is de technische contactpersoon op de dag van opbouw, en is er 24/7 bereikbaarheid bij storingen?
Pro-tip: Vraag dit minimaal drie weken voor opbouw op. Gemeenten in Centraal-Europa eisen dit keuringsrapport steeds vaker als vergunningsvoorwaarde, dus je hebt het sowieso nodig.
Inhoudsopgave
- Hoe bereken je hoeveel vermogen de show nodig heeft?
- Welke connectoren en aansluitingen moet je kennen?
- Hoe zien praktijkopstellingen eruit voor kleine, middelgrote en grote shows?
- Wat controleer je fysiek tijdens een site survey?
- Wanneer heb je een aggregaat nodig en hoe kies je de juiste maat?
- Hoe kies je kabels en verdeelborden, en wat doe je met fasebalans?
- Welke normen gelden er en wie schakel je in voor Centraal-Europa?
- Technische rider: een template die je direct kunt kopiëren
- Welke voorschriften gelden per land in Centraal-Europa?
- Hoe documenteer je stroomvereisten voor een vergunningaanvraag?
- Hoe onderhoud en inspecteer je de elektrische opstelling tijdens de tournee?
- Wat zijn veelvoorkomende storingen en hoe los je ze op?
- Belangrijkste inzichten
- Wat organisatoren structureel onderschatten
- Stroomhuren regelt de stroomvoorziening voor je tournee
- Aanbevolen bronnen en documenten voor Centraal-Europa
Hoe bereken je hoeveel vermogen de show nodig heeft?
De basisformule is eenvoudig: A = W ÷ V. Bij 230V deel je het totale wattage door 230 om de benodigde ampères te berekenen. Bij driefasige installaties (400V) gebruik je: A = W ÷ (400 × √3 × cos φ), waarbij cos φ voor de meeste audiovisuele apparatuur tussen 0,8 en 1,0 ligt. Tel altijd een buffer op het eindgetal voor piekstromen en startstromen van versterkers en motoren.
Drie uitgewerkte voorbeelden:
-
Akoestisch duo (klein): Twee actieve monitors (2 × 150W), een mengpaneel (100W), twee DI-boxen en wat verlichting (300W totaal). Totaalvermogen is enkele honderden watt. Eén vrije Schuko-groep is ruim voldoende, maar vraag altijd twee groepen aan zodat verlichting en audio gescheiden blijven.
-
5-mans band met PA en lichte show (middelgroot): FOH-versterker (1.500W), monitorversterker (800W), backline (gitaarversterkers, basversterker: samen 1.200W), mengpaneel en outboard (400W), lichtset (2.000W). Totaal: circa 5.900W. Bij 230V is dat 5.900 ÷ 230 = 25,7A per fase. Met buffer kom je op circa 32A per fase. De standaardconfiguratie voor dit type act is 2× 3×32A (twee driefasige CEE 32A-aansluitingen), waarbij audio op de ene groep gaat en verlichting op de andere.
-
Volledige theaterproductie (groot): FOH-systeem inclusief subwoofers (5.000W), monitorsysteem (2.000W), lichttechniek inclusief moving heads en stroboscopen (8.000W), speciale loads zoals rookmachines en haze (1.000W), FOH-desk en outboard (600W). Het totaalvermogen van grote producties is typisch tienduizenden watt, wat stroomsterktes vergt die bij driefasige 63A-aansluitingen passen. Grote producties werken doorgaans met meerdere verdeelkasten.
Pro-tip: Vergeet catering en backline niet. Een friteuse trekt 3.000W bij opstart, een koffiezetter 1.500W. Plan aparte groepen voor cateringapparatuur.pdf) en spreid de gebruikstijden zodat ze niet samenvallen met het begin van de show.

Welke connectoren en aansluitingen moet je kennen?
De meeste technische riders en venue-specificaties draaien om een handvol standaardconnectoren. Wie ze kent, stelt betere vragen en schrijft scherpere riders.

| Connector | Spanning / Ampère | Typisch gebruik | Op de rider? |
|---|---|---|---|
| Schuko (CEE 7/4) | 230V / 16A | Kleine apparaten, laptops, kleine verlichting | Alleen voor kleine acts |
| CEE 16A blauw (monofase) | 230V / 16A | Kleine PA, backline, losse spots | Ja, als minimum |
| CEE 32A blauw (monofase) | 230V / 32A | Middelgrote PA, lichtsets | Ja, voor medium acts |
| CEE 32A rood (3-fase, 5-polig) | 400V / 32A | Grote PA, verlichting, zware loads | Ja, standaard voor bands |
| CEE 63A rood (3-fase, 5-polig) | 400V / 63A | Grote producties, aggregaten | Ja, voor grote shows |
De 5-polige CEE-stekker (3 fasen + nul + aarde) is de norm voor krachtstroom op evenementen in Centraal-Europa. Sommige artiesten specificeren in hun rider dat ze een vaste aansluiting eisen en geen aggregaat accepteren. Leg dat vast in de rider, inclusief wat er gebeurt als de locatie dit niet kan leveren.
- Schuko is handig als noodoplossing, maar nooit als primaire voeding voor PA of verlichting.
- CEE 16A blauw is het absolute minimum voor een solo-act met actieve monitors.
- De configuratie 2× 3×32A (twee driefasige 32A-aansluitingen) is de meest gevraagde opstelling in technische riders voor bands van middelgrote omvang.
- Voor draadloze systemen geldt: noteer in de rider waar ontvangers geplaatst worden en zorg voor vrije zichtlijn tussen zender en ontvanger.
Hoe zien praktijkopstellingen eruit voor kleine, middelgrote en grote shows?
Kleine act: akoestisch duo of solo
Benodigde groepen: twee vrije 16A-groepen (één voor audio, één voor verlichting en overige apparatuur). Minimale aansluiting: CEE 16A blauw of twee Schuko-groepen op aparte zekeringen.
Op de rider: “2 vrije stroomgroepen van minimaal 16A, bij voorkeur CEE 16A, op aparte zekeringen. Geen gedeelde groepen met catering of andere gebruikers.”
Bevestigen met venue: zijn de groepen echt vrij, of delen andere standhouders mee? Wat is de afstand tot het podium?
Middelgrote band: 5 muzikanten met PA en basversterker
De configuratie 2× 3×32A werkt hier het best: één driefasige 32A-aansluiting voor het geluidssysteem (FOH, monitors, backline), één voor de lichtset. Zo blijven de circuits gescheiden en veroorzaakt een piek in de verlichting geen storing in het geluid. Technische riders voor acts van dit formaat specificeren dit vrijwel altijd.
Bevestigen met venue: fasebalans over de drie fasen, afstand van verdeelpunt naar podium en naar FOH, en aanwezigheid van een keuringsrapport.
Grote theaterproductie: volledige licht- en geluidsproductie
Hier werk je met meerdere verdeelkasten: één voor FOH en geluid, één voor verlichting, eventueel één voor speciale loads (rookmachines, hazer, speciale effecten). Totaalbudget ligt doorgaans rond 3×63A of meer. Vraag bij de venue naar de hoofdschakelaar en verdeling over de beschikbare fasen.

Bevestigen met venue: exacte locatie van het verdeelpunt, beschikbare kabelroutes, keuringsdocumenten voor alle kasten, en wie de technische verantwoordelijke is tijdens de show.
Wat controleer je fysiek tijdens een site survey?
Een site survey voorkomt verrassingen op de dag van opbouw. Loop dit af vóór je materiaal bestelt:
- Fotografeer alle aanwezige aansluitingen: type connector, ampèrewaarde, positie ten opzichte van het podium.
- Meet de afstand van het verdeelpunt naar het podium en naar de FOH-positie. Langere kabels betekenen dikkere doorsnede of spanningsverlies.
- Controleer of groepen gelabeld zijn en vraag het groepenSchema op. Zijn de labels leesbaar en kloppen ze met de zekeringen?
- Vraag het keuringsrapport van de evenementenkast op: aarding, aardlekbeveiliging, kabelstaat en keuringssticker moeten aanwezig zijn.
- Controleer de aardingstest: is er een recent aardingsrapport beschikbaar?
- Noteer de doorgangen voor kabels: waar lopen kabels door publiekszones? Plan kabelbruggen of kabelgoten in.
- Vraag naar de beschikbaarheid van de hoofdschakelaar en wie die bedient bij nood.
- Neem een meetlint mee voor kabelafstanden.
- Fotografeer de zekeringkast met labels.
- Vraag de venue-technicus: “Welke groepen zijn exclusief voor ons, en welke delen we met anderen?”
- Noteer het type en de staat van de bestaande kabels in de ruimte.
Wanneer heb je een aggregaat nodig en hoe kies je de juiste maat?
Een generator is noodzakelijk wanneer de locatie geen vaste aansluiting heeft, de beschikbare voeding onvoldoende is, of wanneer je een betrouwbare back-up wilt voor kritische systemen zoals geluid en noodverlichting.
Sizing: aggregaten worden uitgedrukt in kVA (schijnbaar vermogen). Het werkelijke vermogen in kW is kVA × cos φ. Reken voor audiovisuele toepassingen met cos φ = 0,8. Een aggregaat van 20 kVA levert dus circa 16 kW bruikbaar vermogen. Voeg altijd 20–30% marge toe voor startstromen van versterkers en motoren. Aggregaten worden gekeurd volgens NEN 3140 en NEN 1010; voor aggregaten boven 32A is een 300 mA selectieve aardlekschakelaar vereist.
Plaatsing en veiligheid:
- Stel de generator op buiten het publieksbereik, met voldoende ventilatie en afscherming.
- Brandstofopslag moet voldoen aan lokale brandveiligheidsregels; informeer bij de gemeente of brandweer.
- Geluiddemping is in veel Centraal-Europese steden verplicht; gebruik een geluidsgedempte behuizing of tent.
- Sommige locaties, met name in Natura 2000-gebieden, verbieden dieselaggregaten volledig.
- Vraag altijd of een vergunning vereist is voor het plaatsen van een aggregaat op de locatie.
Pro-tip: Overweeg een UPS (ononderbroken stroomvoorziening) voor gevoelige elektronica zoals mengpanelen en laptops. Een UPS vangt de overschakeling op bij een generatorstart of netonderbreking en voorkomt dataverlies of systeemcrashes op het slechtst mogelijke moment.
Hoe kies je kabels en verdeelborden, en wat doe je met fasebalans?
Kabeldoorsnede en lengte: hoe langer de kabel, hoe groter het spanningsverlies. Gebruik voor 32A-circuits minimaal 6 mm² doorsnede; voor 63A minimaal 16 mm². Bij kabels langer dan 50 meter schakel je op naar een grotere doorsnede of gebruik je een tussenverdeler dichter bij het podium.
- Gebruik verdeelkasten met duidelijk gelabelde groepen en zekeringen per circuit.
- Leg kabels in publiekszones altijd in kabelbruggen of kabelgoten om struikelgevaar te voorkomen.
- Balanceer de last over de drie fasen: verdeel audio, verlichting en speciale loads zo gelijkmatig mogelijk. Een ongebalanceerde fase leidt tot spanningsschommelingen en kan apparatuur beschadigen.
- Controleer fasebalans eenvoudig met een fasemeter of vraag de keurmeester dit te meten bij oplevering.
Do’s:
- Label elke kabel aan beide uiteinden met het circuit en de bestemming.
- Plan altijd één of twee reserve-groepen in voor onverwachte loads.
- Gebruik alleen goedgekeurde verlengsnoeren met de juiste doorsnede.
Don’ts:
- Nooit meerdere verlengsnoeren in serie schakelen voor hogere vermogens.
- Nooit een beschadigde kabel tijdelijk repareren met tape en in gebruik houden.
- Nooit verlichting en audio op dezelfde groep als cateringapparatuur.
Welke normen gelden er en wie schakel je in voor Centraal-Europa?
Tijdelijke elektrische installaties voor evenementen vallen in Centraal-Europa onder een combinatie van Europese en nationale normen. De belangrijkste zijn:
NEN 1010 regelt de eisen voor laagspanningsinstallaties, inclusief tijdelijke installaties en lokale energieopwekking. NEN 3140 stelt eisen aan de veilige bedrijfsvoering van elektrische installaties en arbeidsmiddelen, inclusief periodieke keuringen. Evenementenkasten worden doorgaans jaarlijks gekeurd; na reparatie of langdurige opslag is herkeuring verplicht. Gemeenten in Centraal-Europa eisen dit keuringsrapport steeds vaker als voorwaarde voor de evenementenvergunning.
Keuringspunten die een erkende keurmeester controleert: aarding, aardlekbeveiliging, kabelstaat, staat van de kast en aanwezigheid van een keuringssticker. Vraag altijd een schriftelijk opleverrapport.
Wie schakel je in? Een gecertificeerde elektricien met NEN-keurmeesterstatus voert de keuring uit. VCA-gecertificeerd personeel geeft extra zekerheid bij opbouw en afbouw. Voor technische eisen bij evenementen geldt: laat de installatie nooit door onbevoegden aansluiten, ook niet tijdelijk. Vraag schriftelijk om het installatiecertificaat, het keuringsrapport en het belastingschema vóór opbouw. Lokale werkvergunningen en brandveiligheidsregels kunnen aanvullende eisen opleggen, afhankelijk van de gemeente of provincie.
Technische rider: een template die je direct kunt kopiëren
Stuur dit naar venues en leveranciers zodra de show bevestigd is:
| Veld | Gewenste waarde / vraag aan venue |
|---|---|
| Minimale stroomaansluiting | 2× 3×32A CEE (rood, 5-polig) of groter |
| Aparte groepen voor audio | Ja, minimaal 1× 3×32A exclusief voor geluid |
| Aparte groepen voor verlichting | Ja, minimaal 1× 3×32A exclusief voor licht |
| Aparte groep voor catering | Ja, minimaal 1× 16A exclusief |
| Afstand verdeelpunt tot podium | Maximaal 30 meter (bij meer: overleg vereist) |
| Afstand verdeelpunt tot FOH | Opgeven in meters |
| Keuringsrapport evenementenkast | Ja/Nee — kopie aanleveren vóór opbouw |
| Aardingstestrapport | Ja/Nee — kopie aanleveren vóór opbouw |
| Technisch contactpersoon opbouw | Naam + telefoonnummer |
| Noodcontact tijdens show | Naam + telefoonnummer (24/7 bereikbaar) |
Aanvullende tips voor de rider:
- Voeg een stageplot toe met de gewenste positie van verdeelpunten.
- Vermeld of je een vaste aansluiting eist of een aggregaat accepteert.
- Geef een deadline voor antwoord: minimaal twee weken voor opbouw.
- Vraag venues om foto’s van de verdeelkast en de aansluitingen te sturen.
Een complete technische rider bevat ook eisen voor stroomstabiliteit, power conditioners en UPS-vereisten voor gevoelige apparatuur.
Welke voorschriften gelden per land in Centraal-Europa?
De basisnormen (NEN 1010, NEN 3140, EN/IEC-reeks) zijn in grote lijnen geharmoniseerd binnen de EU, maar de uitvoering verschilt per land.
Nederland: gemeenten vragen standaard een NEN 3140-keuringsrapport als vergunningseis voor evenementen. Provinciale regels, zoals die van Noord-Brabant, kunnen aanvullende eisen stellen aan opstellingsplaats, brandveiligheid en bedrijfshulpverlening.
België: de AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties) is de nationale norm voor elektrische installaties. Tijdelijke installaties voor evenementen vallen hieronder; een gekeurd en gecertificeerd installateur is verplicht. Gemeenten kunnen aanvullende vergunningseisen stellen.
Duitsland: de VDE-normen (met name VDE 0100) zijn de nationale invulling van de IEC 60364-reeks. Tijdelijke installaties op evenementen vallen onder de verantwoordelijkheid van een Elektrofachkraft (erkend elektrotechnisch vakman). Lokale Ordnungsämter kunnen aanvullende eisen stellen.
Oostenrijk en Zwitserland: vergelijkbare structuur als Duitsland, met nationale aanpassingen op de IEC-normen. In Zwitserland gelden de NIV (Niederspannungs-Installationsverordnung) en de NIN (Niederspannungs-Installationsnorm).
Controleer altijd bij de lokale gemeente of het evenementenloket welke specifieke documenten vereist zijn voor de vergunningaanvraag. De normen zijn geharmoniseerd, maar de administratieve eisen per stad of regio kunnen sterk verschillen.
Hoe documenteer je stroomvereisten voor een vergunningaanvraag?
Een vergunningsdossier voor elektriciteit bij een theatertournee bevat minimaal:
- Het keuringsrapport van de evenementenkast (NEN 3140 of nationaal equivalent), gedateerd en ondertekend door een erkende keurmeester.
- Het aardingstestrapport met meetwaarden.
- Het installatiecertificaat van de elektricien die de tijdelijke installatie heeft aangelegd.
- Een belastingschema: overzicht van alle groepen, hun ampèrewaarde en de aangesloten apparatuur.
- Een situatieschets of stageplot met de positie van verdeelpunten, kabeltracés en nooduitgangen.
Bewaar alle documenten digitaal en in papieren kopie op locatie. Gemeenten kunnen tijdens de opbouw om inzage vragen. Maak per locatie een aparte map in je tourarchief, zodat je bij een volgende editie snel kunt aantonen dat de installatie eerder gekeurd en goedgekeurd was. Vraag leveranciers altijd om documenten in de taal van het gastland, of zorg voor een gecertificeerde vertaling als dat vereist is.
Hoe onderhoud en inspecteer je de elektrische opstelling tijdens de tournee?
Een tournee betekent dat dezelfde apparatuur meerdere keren op- en afgebouwd wordt. Dat verhoogt de slijtage aanzienlijk.
Dagelijkse controles voor opbouw:
- Visuele inspectie van alle kabels: beschadigde isolatie, geknakte connectoren of losse vergrendelingen zijn directe afkeurgrondslagen.
- Controleer of alle zekeringen en aardlekschakelaars correct zijn ingesteld en functioneren.
- Test de aardlekschakelaar met de testknop vóór ingebruikname.
Wekelijkse of per-locatie controles:
- Meet de aardingsweerstand bij elke nieuwe locatie als de installatie opnieuw wordt opgebouwd.
- Controleer de staat van CEE-connectoren: verbrande contacten of losgeraakte borgringen zijn tekenen van overbelasting.
- Laat een erkende keurmeester de installatie herkeuren als er reparaties zijn uitgevoerd of als de kast langdurig opgeslagen is geweest.
Houd een logboek bij van alle inspecties, reparaties en vervangingen. Dat logboek is niet alleen nuttig voor de veiligheid, maar ook als bewijs richting gemeenten of verzekeraars bij een incident.
Wat zijn veelvoorkomende storingen en hoe los je ze op?
Aardlekschakelaar valt uit: de meest voorkomende oorzaak is een apparaat met een aardlek of beschadigde isolatie. Koppel alle apparaten los, zet de schakelaar terug en sluit apparaten één voor één aan om de boosdoener te vinden.
Zekering springt eruit: overbelasting van de groep. Controleer het totale vermogen op die groep en verplaats een deel van de load naar een andere groep. Vervang nooit een zekering door een hogere waarde zonder de kabeldikte te controleren.
Spanningsverlies of brom in het geluidssysteem: vaak een aardingsprobleem of een gedeelde nulgeleider met een andere verbruiker. Controleer of audio en verlichting op aparte groepen zitten en of alle apparatuur correct geaard is.
Generator valt uit tijdens de show: schakel direct over op noodstroom of UPS voor kritische systemen. Informeer het publiek via de PA als de onderbreking langer dan 30 seconden duurt. Controleer brandstofpeil, olieniveau en koeling van de generator.
Connector wordt warm: teken van slechte verbinding of overbelasting. Ontkoppel direct, laat afkoelen en controleer de connector op verbranding of vervorming. Een warme connector is een brandrisico.
Zorg altijd voor een vast aanspreekpunt voor noodstroom dat 24/7 bereikbaar is. Dat is geen luxe, maar een basisvereiste voor elke professionele tournee.
Belangrijkste inzichten
De stroomvereisten voor theatertournees draaien om drie pijlers: de juiste aansluitingen opvragen vóór opbouw, de totale load correct berekenen met buffer, en alle keuringsdocumenten op orde hebben voor de vergunning.
| Punt | Details |
|---|---|
| Minimale documentatie opvragen | Vraag vóór opbouw het NEN 3140-keuringsrapport en aardingstestrapport op bij de venue. |
| Vermogen berekenen met buffer | Gebruik A = W ÷ V en voeg 20–25% toe voor piekstromen; grote shows werken met 3×63A of meer. |
| Standaardconfiguratie middelgrote band | De opstelling 2× 3×32A (audio en verlichting gescheiden) is de norm in technische riders. |
| Fasebalans en kabelkeuze | Verdeel loads gelijkmatig over drie fasen; gebruik minimaal 6 mm² voor 32A-circuits. |
| Stroomhuren als uitvoeringspartner | Stroomhuren levert verdeelkasten, CEE-kabels en aardingsmateriaal met VCA-certificering en 24/7 support. |
Wat organisatoren structureel onderschatten
De meeste stroomincidenten op tournees ontstaan niet door te weinig ampères, maar door slechte documentatie en gebrekkige communicatie met de venue. Een organisator die drie weken voor opbouw vraagt om een keuringsrapport, krijgt het. Wie dat op de dag zelf vraagt, staat met lege handen bij de gemeente.
Wat ik keer op keer zie: de technische rider vermeldt netjes “2× 3×32A”, maar niemand heeft gevraagd of die groepen ook echt vrij zijn. In de praktijk deelt de venue ze met de bar, de catering of een andere huurder. Het resultaat is een aardlekschakelaar die eruit vliegt op het moment dat de koffiezetter aanslaat, midden in de soundcheck.
Een tweede blinde vlek is de FOH-positie. Riders specificeren steeds vaker een stroompunt en een Cat6-aansluiting aan de FOH, maar de afstand tot het verdeelpunt wordt zelden gemeten. Twintig meter extra kabel op een 32A-circuit zonder de doorsnede aan te passen betekent spanningsverlies en een brom die je de hele avond niet kwijtraakt.
Documentatie is geen bureaucratie. Het is het enige wat je beschermt als er iets misgaat.
Stroomhuren regelt de stroomvoorziening voor je tournee
Tourorganisatoren die niet elke locatie opnieuw willen uitzoeken, kunnen bij Stroomhuren terecht voor een compleet pakket: verdeelkasten op maat, CEE-kabels van 16A tot 125A, kabelbruggen, aardingsmateriaal en meetinstrumenten, allemaal conform Europese normen en VCA-gecertificeerd.
Stroomhuren werkt zowel als dry hire (materiaal zonder installateur) als met volledige installatiebemiddeling, afhankelijk van wat de locatie en het tijdschema vereisen. Fien staat als vast aanspreekpunt klaar, ook buiten kantooruren. Voor een offerte heeft Stroomhuren je stageplot, de technische rider, het aantal shows, de gewenste aansluitingen en de data en locaties nodig. Stuur die informatie op via stroomhuren.be en ontvang een concrete offerte die aansluit op de specifieke eisen van je tournee.
Aanbevolen bronnen en documenten voor Centraal-Europa
Vraag deze documenten op bij venues en leveranciers vóór opbouw:
- Keuringsrapport evenementenkast (NEN 3140): verplicht bij de meeste gemeentelijke vergunningen; bevat aarding, aardlekbeveiliging, kabelstaat en keuringssticker.
- Aardingstestrapport: meetwaarden van de aardingsweerstand, gedateerd en ondertekend.
- Installatiecertificaat: bewijs dat de tijdelijke installatie is aangelegd door een erkende elektricien.
- Belastingschema: overzicht van alle groepen, ampèrewaarden en aangesloten apparatuur.
- Aggregaatkeuring (NEN 3140 / NEN 1010): verplicht voor alle aggregaten die als stroomvoorziening worden ingezet.
Relevante normen en autoriteiten:
- NEN 1010: Nederlandse norm voor laagspanningsinstallaties, inclusief tijdelijke installaties.
- NEN 3140: norm voor veilige bedrijfsvoering van elektrische installaties en arbeidsmiddelen.
- AREI (België): Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties.
- VDE 0100 (Duitsland): nationale invulling van IEC 60364 voor laagspanningsinstallaties.
- IEC 60364-reeks: Europese basisnorm voor elektrische installaties in gebouwen en tijdelijke opstellingen.
Schakel voor keuringen een erkende keurmeester in die werkt volgens de geldende nationale norm van het land waar de show plaatsvindt. Bewaar alle documenten per locatie in een digitaal tourarchief en lever kopieën aan bij de gemeente als onderdeel van de vergunningaanvraag. Voor technisch personeel bij opbouw kun je terecht bij gecertificeerde elektriciens die ervaring hebben met evenementeninstallaties.
