Naar de inhoud
Terug naar blog

Eendraadschema opstellen: gids voor events en werven

Eendraadschema opstellen: gids voor events en werven

Een eendraadschema voor tijdelijke stroom is een verplicht keuringsdocument. Vóór ingebruikname moet het minimaal tonen: de voedingsbron (aggregaat of netaansluiting), de hoofdschakelaar met zekeringwaarde, alle groepen met fase/nul/PE-aanduiding, kabeltypes en doorsneden per groep, en alle beveiligingen (installatieautomaten en aardlekschakelaars). Zonder dit document keurt de inspecteur de installatie niet goed.

Relevante normen die dit eisen:

  • NEN 1010 (bepalingen 704, 711 en 740 voor tijdelijke en bouwinstallaties)
  • NEN 3140 (periodieke inspectie en bewijsvoering)
  • NEN 8020-20 (evenementeninstallaties)
  • EN 61439-4 (gecertificeerde verdeelkasten)

Stroomhuren levert het materieel dat op dit schema thuishoort: van verdeelkasten en CEE-verlengkabels tot aardingsmateriaal en meetapparatuur.


Belangrijkste inzichten

Een keuringsklaar eendraadschema vereist minimaal de voedingsbron, hoofdzekering, alle groepen met kabeldoorsneden en lengtes, aarding en vereffening, en genoteerde meetpunten voor de keuringsingenieur.

Punt Details
Verplicht keuringsdocument Het eendraadschema is vereist vóór ingebruikname conform NEN 1010, NEN 3140 en NEN 8020-20.
Kabeldimensionering Overschrijding van 5% spanningsval leidt tot afkeuring; verhoog doorsnede bij lange runs (bijv. 6 mm² bij 32 A over 50 m).
Aarding en vereffening Noteer TN- of IU-stelsel, vereffeningsrail en aansluitpunten voor metalen constructies op het schema.
Meetpunten documenteren Noteer lusimpedantie L-PE en RPE-waarden op het schema; uitschakeling aardlek binnen 0,2–0,4 s.
Stroomhuren als partner Stroomhuren levert gecertificeerd materieel, keuringschecklist en schema-template bij elke huurofferte.

Inhoudsopgave

Wat moet er minimaal op het eendraadschema staan?

Volgens de keuringspraktijk bevat een volledig eendraadschema voor tijdelijke stroom de volgende velden en componenten:

Technische componenten:

  • Voedingsbron(nen): type (net of aggregaat), spanning en frequentie
  • Hoofdschakelaar en hoofdzekering met nominale waarde (A)
  • Alle groepen met omschrijving (verlichting, kracht, catering, kassa’s)
  • Installatieautomaten per groep: type en nominale stroom
  • Aardlekschakelaars: gevoeligheid (30 mA standaard, selectieve types waar nodig)
  • Contactdozen en lichtpunten per groep
  • Vaste toestellen met opgegeven vermogen (kW)
  • Kabeltype en doorsnede per groep (bijv. H07RN-F 3G2,5)
  • Kabelroutes met lengteaanduiding per segment
  • Aarding en vereffening: aansluitpunten en kabelspecificaties

Identificatievelden:

  • Projectnaam en locatie
  • Datum van opstelling en revisienummer
  • Naam en handtekening van de installatieverantwoordelijke (AV)
  • Referentie naar het keuringsnummer of inspectierapport

Praktische invultips:

  • Gebruik consistente groepcodes (bijv. G01, G02) door het hele schema
  • Vermeld het verwacht vermogen per groep in kW of A
  • Reken altijd met een reservefactor van minimaal 20% op de hoofdvoeding

Hoe stel je stap voor stap een eendraadschema op?

Een goed schema begint niet bij het tekenen, maar bij de inventaris. Volg deze volgorde:

  1. Inventariseer alle verbruikers met hun nominale vermogen of stroom. Vraag technische fiches op bij leveranciers van podia, catering en lichtinstallaties.

  2. Bepaal gelijktijdigheid en kies de hoofdvoeding. Niet alles staat tegelijk aan. Bereken de gelijktijdige belasting en voeg 20% veiligheidsmarge toe voor de keuze van aggregaat of netaansluiting.

  3. Routeer de kabels en noteer lengtes per groep. Teken de fysieke route van verdeelkast naar elk aansluitpunt. Lengtes zijn nodig voor de spanningsvalberekening.

  4. Selecteer kabeldoorsneden op basis van stroom en spanningsval. Zie de berekening hieronder.

  5. Kies beveiligingen en realiseer selectiviteit. De beveiliging dichter bij de bron moet trager of zwaarder zijn dan die in de groep, zodat alleen de defecte groep uitvalt.

  6. Teken het eendraadschema met genormeerde symbolen. Gebruik een legenda. Lever het op als PDF én bronbestand (DWG of Visio).

  7. Voeg aarding en vereffening toe. Noteer vereffeningsrails, aansluitpunten voor metalen constructies en de aardingskabelspecificaties.

  8. Noteer meetpunten voor de keuring. Markeer op het schema waar de keuringsingenieur de lusimpedantie en RPE-weerstand meet.

Voorbeeldberekening spanningsval (32 A-groep, 50 m, 2,5 mm²):

De vuistregel voor enkelfasige kringen: spanningsval (%) = (2 × L × I × ρ) / (A × U) × 100, waarbij ρ voor koper 0,0175 Ω·mm²/m is.

Pro-tip: Begin lusimpedantiemetingen altijd op het verste aansluitpunt van de groep. Noteer de gemeten waarden direct op het schema zodat de keuringsingenieur ze zonder zoekwerk kan controleren.


Hoe bepaal je de juiste kabelkeuze en lengtegrenzen?

Doorsnede, lengte en stroom bepalen samen het spanningsverlies. Hoe langer de kabel of hoe groter de belasting, hoe meer spanning er verloren gaat vóór het aansluitpunt.

Een monteur is bezig met het sorteren van stevige stroomkabels.

Kabels op bouwplaatsen en bij evenementen moeten van het type H07xx zijn (bijv. H07RN-F voor buiten). H05xx en H03xx zijn ongeschikt voor tijdelijke toepassingen met mechanische belasting.

Groepstroom Kabellengte Minimale doorsnede Opmerking
16 A tot 30 m 2,5 mm² Controleer spanningsval bij volle belasting
16 A 30–50 m 4 mm² Verhoog doorsnede om binnen 5% te blijven
32 A tot 25 m 4 mm² Standaard krachtgroep
32 A 25–50 m 6 mm² Zie rekenvoorbeeld hierboven
63 A tot 30 m 16 mm² Hoofdvoeding of zware krachtgroep

Overzicht van de vereiste kabeldiktes en -lengtes

Wanneer je meerdere haspels in serie koppelt, tel je de weerstanden op. Twee haspels van elk 25 m gedragen zich als één kabel van 50 m. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk wordt het systematisch vergeten, met afkeuring als gevolg.


Welke symbolen en legenda horen op het schema?

Een eendraadschema zonder legenda is onleesbaar voor een externe keuringsingenieur. Installatieschema’s gebruiken genormeerde symbolen voor elk component; vermeld altijd vermogen (VA of W) en informatievelden zoals opdrachtgever en locatie.

Minimale legenda:

  • Hoofdschakelaar (vierkant met diagonale streep)
  • Installatieautomaat 1-polig en 3-polig
  • Aardlekschakelaar 30 mA (standaard) en selectief type
  • kWh-meter 1-fase en 3-fase
  • Contactdoos Schuko en CEE (16 A, 32 A, 63 A)
  • Aardingsklem en vereffeningsrail
  • Aggregaat als voedingsbron

Opbouw van het template:

  • Bovenaan: voedingsbron en hoofdschakelaar
  • Linkerkant: groepsindeling met automaten en aardlekken
  • Rechterkant: verbruikers per groep met vermogen
  • Onderste regel: meetpunten, verantwoordelijke en revisiedatum

Lever het schema als PDF voor het keuringsdossier én als bronbestand (DWG of Visio) zodat revisies eenvoudig zijn door te voeren.


Welke metingen en acceptatiecriteria gelden vóór ingebruikname?

De keuringsingenieur controleert niet alleen het papier. Hij meet ook. Meet de circuitimpedantie (L-PE) op het verste punt van elke groep: een lage lusimpedantie genereert een hoge foutstroom en zorgt voor snelle uitschakeling bij aardsluiting. Een lage lusimpedantie kan een hoge foutstroom veroorzaken, wat zorgt voor directe uitschakeling, zoals bij een voorbeeld van circa 0,57 Ω.

Meting Instrument Typische acceptatiewaarde
Lusimpedantie L-PE Instaltest XE of gelijkwaardig Afhankelijk van zekeringtype; zie NEN 1010 tabel
RPE-weerstand Aardingsmeter Max. 1 Ω voor vereffening (NEN 3140)
Isolatieweerstand kabels Isolatiemeter Min. 1 MΩ per groep
Aardlekschakelaar reactietijd Aardlektester Uitschakeling binnen 0,2–0,4 s bij 30 mA
Aardlekschakelaar functieknop Visuele test Directe uitschakeling vereist

Huur een aardingsmeter als je de RPE-metingen zelf wilt uitvoeren vóór de keuring. Noteer alle meetwaarden op het schema en voeg ze toe aan het keuringsdossier.


Hoe verwerk je aarding en aggregaten correct in het schema?

Bij aggregaten zijn er twee configuraties mogelijk. In een TN-stelsel is het sterpunt van het aggregaat geaard; dit is de voorkeursconfiguratie. Wanneer aarden niet mogelijk is, wordt een IU-stelsel (ongebonden nulpunt) toegepast. Noteer dit expliciet op het schema.

Isolatiebewaking (bijv. via een ISOMETER) is aanbevolen of verplicht bij:

  • Aggregaten groter dan 3 kVA
  • Rijdende of mobiele aggregaten
  • Situaties met verhoogd risico (natte omgeving, bouwplaats)

Vereffening is een apart aandachtspunt. Vermeld op het schema:

  • De vereffeningsrail met aansluitpunten
  • Alle metalen constructies die aangesloten moeten worden (podia, trussen, hekken)
  • De aardingskabelspecificatie (minimaal 16 mm² koper)

Meer over correcte aardingseisen vind je in de complete uitleg voor bouwplaatsen van Stroomhuren.


Welke fouten leiden het vaakst tot afkeuring?

Een gecertificeerde verdeelkast garandeert op zichzelf geen veilige installatie. De grootste risico’s zitten in de koppelpunten en verlengkabels. Typische afkeuringsredenen:

  • Doorlussen zonder selectiviteit: standaard aardlekschakelaars in serie bieden geen selectiviteit. Gebruik selectieve (type S) aardlekken op het hoofdniveau.
  • Te dunne kabels of te lange haspels: overschrijding van de lusimpedantie door te lange of te dunne kabels is een veelvoorkomende reden voor afkeuring.
  • Ontbrekende vereffening: metalen constructies die niet zijn aangesloten op de vereffeningsrail.
  • Niet-gekeurd materieel: gebruik alleen materieel met CE-markering en geldige keuringssticker. Meer over keurmerken in stroomverhuur lees je op de Stroomhuren-blog.
  • Onjuiste kabeltypen: H05xx-kabels op bouwlocaties of bij evenementen met mechanische belasting.

Pro-tip: Documenteer elke wijziging op locatie direct in het eendraadschema en bewaar oudere revisies. De keuringsingenieur kan bij een herkeuring de geschiedenis opvragen.


Wie is verantwoordelijk en welke normen horen in het dossier?

De organisator of eigenaar van de tijdelijke installatie is eindverantwoordelijk voor de veiligheid. Die verantwoordelijkheid kan worden overgedragen aan een installatieverantwoordelijke (AV), maar dat moet schriftelijk vastgelegd zijn.

Tijdelijke installaties moeten voldoen aan de Arbowet en het Arbobesluit, naast de technische normen. Het keuringsbewijs (sticker of rapport) moet aantoonbaar aanwezig zijn op de werkplek.

Normatieve referenties die altijd in het dossier horen:

  • NEN 1010 (bepalingen 704, 711, 740)
  • NEN 3140 (periodieke inspectie)
  • NEN 8020-20 (evenementeninstallaties)
  • EN 61439-4 (verdeelkasten)

Voeg ook toe: inspectierapporten van de materieeldienst, keuringsstickers van verdeelkasten en kabels, en bewijs van CE-markering van alle gebruikte apparatuur. Meer over de technische eisen voor evenementen vind je bij Stroomhuren.


Een ingevuld voorbeeldschema als startpunt

Een praktisch referentieschema voor een middelgroot evenement ziet er als volgt uit:

  • Hoofdvoeding: 63 A, 3-fase aggregaat (TN-stelsel, geaard)
  • Hoofdschakelaar: 63 A 4-polig, selectieve aardlekschakelaar 300 mA type S
  • Groep G01: 32 A kracht (podia), H07RN-F 5G6, 30 m, automaat 32 A
  • Groep G02: 32 A kracht (catering), H07RN-F 5G6, 40 m, automaat 32 A
  • Groep G03: 16 A verlichting, H07RN-F 3G2,5, 25 m, automaat 16 A + aardlek 30 mA
  • Groep G04: 16 A kassa’s en communicatie, H07RN-F 3G2,5, 20 m, automaat 16 A + aardlek 30 mA
  • Meetpunten: lusimpedantie L-PE gemeten op verste contactdoos per groep; RPE op vereffeningsrail

Dit voorbeeld is opgebouwd met input van VCA-gecertificeerde installateurs. Gebruik het als basis: vervang de waarden door die van jouw project, controleer de lengtes en noteer de meetpunten op de juiste positie. Voorbeelden van veilige stroomopstellingen voor events en bouw staan ook op de Stroomhuren-blog.

Bij bouwplanning is het verstandig de stroomkeuring al in de projectplanning op te nemen, zodat de inspecteur op tijd beschikbaar is.


Hoe Stroomhuren klanten helpt bij keuringklare installaties

Stroomhuren levert niet alleen materieel. Voor elk project is er een vaste contactpersoon (zoals Fien) die meedenkt over de juiste configuratie. Of je nu kiest voor dry hire of volledige installatiebemiddeling: de VCA-gecertificeerde monteurs kennen de keuringseisen en helpen bij het samenstellen van een correct keuringsdossier. Van verdeelkasten en kabels tot aardingsmateriaal en meetapparatuur: alles wat op het eendraadschema staat, is beschikbaar voor huur met 24/7 service.


Stroomhuren: materieel huren dat op het schema past

Stroomhuren

Het schema is klaar. Nu het materieel. Stroomhuren levert verdeelkasten, CEE-verlengkabels, aardingsmateriaal en kabelgoten die direct aansluiten op wat je in het eendraadschema hebt ingetekend. Voor werfprojecten is er een compleet werfstroomhuurpakket beschikbaar. Bij een huurofferte ontvang je ook de keuringschecklist en een invulbaar schema-template. Vraag een offerte of technische consultatie aan via stroomhuren.be.


Bronnen

Voeg lokale keuringsrapporten en materieeldienstinspecties altijd toe aan het dossier. Raadpleeg de normdocumenten voor de actuele tabelwaarden bij lusimpedantie en RPE, want die hangen af van het type beveiliging en de nominale stroom.

Aanbeveling