Aardlekautomaat of automaat: het verschil helder uitgelegd
Een automaat schakelt af bij overbelasting en kortsluiting. Een aardlekautomaat, in België meestal differentieelautomaat genoemd, doet dat ook. Daarnaast bewaakt hij de lekstroom naar de aarde: de fout die mensen een schok geeft en brand kan veroorzaken. Kort gezegd beschermt een gewone automaat vooral de kabel. Een aardlekautomaat beschermt de kabel én de mens die het toestel aanraakt. Hieronder lees je wat elk toestel precies doet, wat het AREI in België vraagt en wanneer welke keuze loont. Je leest ook wat dat betekent als je tijdelijke stroom voorziet voor een evenement, een werf of een productie.
Kort samengevat
- Een automaat (installatieautomaat) reageert op te veel stroom: overbelasting en kortsluiting. Lekstroom ziet hij niet.
- Een differentieelschakelaar (aardlekschakelaar, RCD of RCCB) reageert alleen op lekstroom en heeft dus altijd een automaat of zekering nodig.
- Een differentieelautomaat (aardlekautomaat, RCBO) combineert beide in één toestel, per kring.
- In België vraagt het AREI voor huishoudelijke installaties een algemene differentieel van maximaal 300 mA aan het begin van de installatie. Voor onder meer contactdozen komt daar een differentieel van 30 mA bij, met maximaal 8 kringen per 30 mA-differentieel.
- Op een evenemententerrein of werf is het grootste voordeel van een differentieelautomaat praktisch: bij een fout valt één kring uit, niet een hele rij standen of een volledig podium.
Inhoudsopgave
- Drie toestellen, drie taken
- De verschillen naast elkaar
- RCBO, RCD en RCCB: de Engelse termen op het etiket
- Wat het AREI in België vraagt
- Voor- en nadelen in de praktijk
- Op de werf en het evenemententerrein
- Zo kies je tussen een differentieelautomaat en een klassieke opstelling
- Hoe wij ernaar kijken
- Stroom huren voor je project
- Veelgestelde vragen
- Bronnen
Drie toestellen, drie taken
Wie een aardlekautomaat naast een gewone automaat legt, vergelijkt eigenlijk drie toestellen. Het helpt om eerst te zien welke fout elk ervan bewaakt.
De automaat bewaakt de stroomsterkte
Een automaat, ook installatieautomaat of kortweg zekering genoemd, beschermt tegen overbelasting en kortsluiting. Bij overbelasting hangen er te veel toestellen op één kring: denk aan een waterkoker, een frituurketel en een koelkast op dezelfde verlengkabel in een foodtruck. De kabel warmt langzaam op en de automaat schakelt af voor de isolatie beschadigd raakt. Bij kortsluiting raken fase en nul of fase en aarde elkaar rechtstreeks. De stroom schiet dan in een fractie van een seconde de hoogte in en de automaat onderbreekt meteen.
Wat een automaat niet ziet, is een kleine lekstroom. Neem een stroom van enkele tientallen milliampère die via een beschadigd snoer en een vochtige hand naar de grond loopt. Die ligt ver onder de 16 A waarop een gewone kring is afgesteld. Voor de automaat is er dan niets aan de hand, terwijl die stroom voor een mens wel gevaarlijk kan zijn.
De differentieelschakelaar bewaakt het verschil
Een differentieelschakelaar, in Nederland aardlekschakelaar genoemd, werkt anders. Hij detecteert foutstroom die naar de aarde wegvloeit en schakelt uit zodra die de nominale aanspreekstroom overschrijdt, bijvoorbeeld 30 mA of 300 mA. In de praktijk vergelijkt hij continu de stroom die heen gaat met de stroom die terugkomt. Is er een verschil, dan loopt er ergens stroom weg: via een isolatiefout, een defect toestel of een persoon.

Het belangrijke punt: een gewone differentieelschakelaar heeft geen ingebouwde overstroombeveiliging. ABB beschrijft in zijn catalogus dat zo’n toestel samen met een automaat of zekering moet worden gebruikt om tegen overbelasting en kortsluiting te beschermen. In een klassiek verdeelbord zie je daarom één differentieelschakelaar met daarachter een rij automaten.
De differentieelautomaat doet beide
Een differentieelautomaat combineert de functies van een automaat en een differentieelschakelaar in één component. Hij beschermt dus tegen overbelasting, kortsluiting én isolatiefouten. Het verschil met de klassieke opstelling zit niet in de soort bescherming, maar in de schaal. Elke kring krijgt zijn eigen lekstroombewaking in plaats van een gedeelde differentieel voor een hele groep kringen.
De verschillen naast elkaar
| Toestel | Ook genoemd | Overbelasting | Kortsluiting | Lekstroom | Wat valt uit bij een lekfout |
|---|---|---|---|---|---|
| Automaat | installatieautomaat, zekering, MCB | ja | ja | nee | niets, hij ziet de fout niet |
| Differentieelschakelaar | aardlekschakelaar, RCD, RCCB | nee | nee | ja | alle kringen erachter |
| Differentieelautomaat | aardlekautomaat, RCBO | ja | ja | ja | alleen de getroffen kring |
| Differentieel + automaten | klassieke opstelling | ja, via de automaten | ja, via de automaten | ja, via de differentieel | de hele groep achter de differentieel |
De laatste rij is belangrijk voor de keuze. Een differentieelschakelaar met automaten erachter biedt dezelfde soorten bescherming als een reeks differentieelautomaten. Het verschil zit in hoe groot de schade is als er iets misloopt: één kring of een volledige groep.
RCBO, RCD en RCCB: de Engelse termen op het etiket
Op datasheets, bij internationale productiehuizen en op materiaal van buitenlandse tours staan vaak Engelse afkortingen. Zo vertaal je ze:
- RCD (residual current device) is de verzamelnaam voor alles wat op lekstroom reageert.
- RCCB (residual current circuit breaker) is de differentieelschakelaar zonder overstroombeveiliging. ABB omschrijft een RCCB als alleen gevoelig voor lekstroom.
- RCBO (residual current breaker with overcurrent protection) is de differentieelautomaat: lekstroom plus overbelasting en kortsluiting.
- MCB (miniature circuit breaker) is de gewone automaat.
Energuide vat het in zijn uitleg kort samen: een RCD detecteert lekstroom, een automaat beschermt tegen overbelasting en kortsluiting, een RCBO combineert beide. Het verschil tussen een RCBO en een RCD is dus precies hetzelfde als dat tussen een aardlekautomaat en een aardlekschakelaar.
Wat het AREI in België vraagt
In België gelden de regels van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties. Boek 1 van het AREI behandelt de installaties op laagspanning en zeer lage spanning en is van kracht sinds 1 juni 2020. Voor aardlekbeveiliging in huishoudelijke installaties komt het in de praktijk neer op de volgende punten, zoals de praktische gids van ACA ze samenvat:
- Aan het begin van de installatie staat minstens één algemene differentieelschakelaar van maximaal 300 mA.
- Bijkomende differentieels van maximaal 30 mA zijn verplicht voor specifieke kringen, zoals badkamers, wasmachines, droogkasten, vaatwassers, verlichting en contactdozen die niet voor vaste toestellen bestemd zijn.
- Achter één differentieel van maximaal 30 mA mogen maximaal 8 eindstroombanen worden aangesloten.
Voor bijzondere toestellen komen er eisen bij. Volta wijst er voor laadpunten van elektrische voertuigen op dat elk laadpunt zijn eigen bescherming moet hebben. De differentieel moet ook rekening houden met een mogelijke gelijkstroomcomponent in de foutstroom. Datzelfde aandachtspunt speelt bij toestellen met frequentieomvormers, die op een productie of in een logistiek magazijn vaker voorkomen dan je denkt.
De regels gaan over de beschermingsfunctie en de gevoeligheid. Of die bescherming uit een differentieelschakelaar met automaten komt of uit differentieelautomaten, is een ontwerpkeuze van de installateur. Wat telt: elke kring heeft de vereiste bescherming, het eendraadschema klopt en de installatie doorstaat de keuring.
Op een arbeidsplaats komt daar de welzijnswetgeving bij. De Codex over het welzijn op het werk eist dat elektrische installaties geen brand- of ontploffingsgevaar opleveren. Ze moeten personen ook afdoende beschermen tegen directe en indirecte aanraking. De FOD Werkgelegenheid legt de risicoanalyse bij de exploitant of de huurder-werkgever, ook als die geen eigenaar is van de installatie. Huur je stroommateriaal, dan blijft die analyse dus jouw verantwoordelijkheid als organisator of werkgever.
Voor- en nadelen in de praktijk
Waarom een differentieelautomaat loont
- Alleen de getroffen kring valt uit. Bij een lekfout schakelt alleen die ene kring af. Met een gedeelde differentieel gaan alle kringen erachter mee, ook de kringen waar niets mis mee is.
- Je vindt de fout sneller. Omdat maar één hendel afvalt, weet je meteen welke kring je moet onderzoeken. Op een opbouwdag met twintig standen bespaart dat heel wat zoekwerk met een meettoestel.
- Gevoelige toestellen staan los van de rest. Energuide noemt laadpunten, warmtepompen en zwembaden als typische toepassingen: met een RCBO kun je het toestel volledig van de rest isoleren. Op een evenement denk je dan aan koelcellen, kassasystemen of de voeding van een streamingregie.
- Minder opstapeling van kleine lekstromen. Veel elektronische toestellen lekken elk een kleine stroom naar de aarde. Op één gedeelde differentieel kunnen die samen dicht bij de aanspreekwaarde komen, waardoor hij afvalt zonder echte fout. Verdeel je de kringen over aparte differentieelautomaten, dan bewaakt elk toestel alleen zijn eigen kring.
Waar je rekening mee houdt
- Eén hendel, drie oorzaken. Valt een differentieelautomaat af, dan kan dat door lekstroom, overbelasting of kortsluiting zijn. Wie de oorzaak moet vinden, laat dus best eerst meten voor de kring opnieuw wordt ingeschakeld.
- Ruimte en kost. Een reeks differentieelautomaten kost per kring meer dan een gedeelde differentieel met gewone automaten. Hoeveel ruimte je wint of verliest, hangt af van het aantal kringen en het model.
- Hogere stromen. Voor grote vermogens in industriële omgevingen kiest men volgens Volta vaker vermogensschakelaars met geïntegreerde differentieelbeveiliging. Die kunnen hogere nominale stromen aan en hebben instelbare tijds- en stroomwaarden.
Op de werf en het evenemententerrein
Een tijdelijke installatie is geen woning. Het AREI erkent tijdelijke installaties zoals werfinstallaties als installaties met een beperkte duur, waarvoor specifieke regels gelden. Wat daar extra meetelt, lees je in ons overzicht over het AREI voor tijdelijke installaties.
De omstandigheden maken het verschil tussen automaat en differentieelautomaat hier extra concreet:
- Lange kabeltrajecten en veel verbindingen. Elke koppeling in gras, regen of modder is een mogelijk lekpunt. Een lekstroom op één verlengkabel mag niet het hele terrein donker zetten.
- Veel verschillende gebruikers. Op een kerstmarkt of foodtruckfestival sluit elke standhouder zijn eigen toestellen aan, van een oude frituurpan tot een nieuwe koffiemachine. Met een gedeelde differentieel kan één slecht toestel een hele rij standen uitschakelen.
- Selectiviteit tussen niveaus. Er staat meestal een differentieel aan het begin en een fijnere bescherming verder in de verdeling. ABB benadrukt dat je voor de juiste aardlekbeveiliging het aardingssysteem, de uitschakeltijden en de selectiviteit moet kennen. Zonder selectiviteit valt bij een fout op één stand niet alleen de 30 mA-bescherming af, maar ook de 300 mA bovenaan.
- Aarding. Een differentieel heeft een goed geaarde installatie nodig om te doen waarvoor hij dient. Hoe je dat op een tijdelijke locatie regelt, staat in onze gids over aarding en keuring.
- Kwaliteit van het bord. Volta beveelt in zijn handboek over veilige PV-installaties aan dat elektrische borden een certificaat van type-test volgens IEC 61439-2 hebben. Bij gehuurde verdeelkasten is dat een goede vraag om aan je leverancier te stellen.
Wie werkt aan een kring die afgevallen is, schakelt eerst veilig vrij. Hoe je dat correct doet, lees je in ons stuk over lockout tagout bij elektra.
Zo kies je tussen een differentieelautomaat en een klassieke opstelling
- Bepaal wat niet mag uitvallen. Denk aan de koeling van voeding, kassasystemen, de geluidsregie en netwerkapparatuur. Zet die bij voorkeur elk op een eigen differentieelautomaat, zodat een fout elders ze niet meesleurt.
- Tel de kringen met contactdozen. Zijn het er veel en sluiten verschillende gebruikers er toestellen op aan, dan beperken differentieelautomaten de impact van één slecht toestel.
- Kijk naar bijzondere lasten. Laadpunten, frequentieomvormers en grote motoren kunnen een ander type differentieel vragen. Laat dat bepalen door een elektricien die de toestellen kent.
- Controleer de selectiviteit. De bescherming bovenaan mag niet sneller afvallen dan die op de kring zelf. Vraag welk type differentieel aan het begin van de installatie staat.
- Laat het ontwerp nakijken. Een erkende elektricien stelt het schema op en een erkend keuringsorganisme controleert de installatie. Ga bij twijfel over een kring niet zelf aan de slag in een verdeelbord.
Wil je stroom op een terrein volledig opbouwen, van aansluitpunt tot laatste stopcontact? Lees dan ook onze gids over tijdelijke stroomvoorziening opbouwen voor een evenement.
Hoe wij ernaar kijken
Wij verhuren stroommateriaal voor evenementen, werven en technische projecten. De vraag “automaat of differentieelautomaat” komt bijna altijd neer op één ding: wat kost een uitval? In een woning is een afgevallen differentieel vervelend. Op een festival met een volle bar, op een bedrijfsevent met een livestream of op een werf met een draaiende pomp kost hij geld en soms veiligheid.
Daarom denken we bij een aanvraag eerst mee over de indeling van de kringen, niet alleen over het aantal ampère. Welke toestellen horen samen, wat moet blijven draaien, wie sluit wat aan? Pas daarna kies je de verdeelkasten en kabels die erbij passen. Ons materiaal voldoet aan de Europese normen en we zijn VCA-gecertificeerd. Fien blijft je vaste aanspreekpunt, zodat je niet bij elke vraag je hele project opnieuw moet uitleggen.
— Belgalink
Stroom huren voor je project
Heb je verdeelkasten, kabels of aardingsmateriaal nodig voor een evenement, werf of productie? Bij Stroomhuren huur je per dag of per project, als dry hire of met volledige installatiebemiddeling. Je krijgt een offerte binnen 24 uur en we zijn 24/7 bereikbaar. Via onze nachtsas haal je materiaal op of breng je het terug wanneer het jou past. Bekijk ons aanbod om een verdeelkast te huren of lees meer over stroom huren voor een evenement en werfstroom huren.
Veelgestelde vragen
Hoeveel automaten mogen achter één differentieelschakelaar?
In Belgische huishoudelijke installaties mag je achter één differentieel van maximaal 30 mA maximaal 8 eindstroombanen aansluiten. Die regel volgt uit het AREI. Voor professionele en tijdelijke installaties bepaalt de installateur de indeling op basis van het risico en de toestellen.
Wat zijn de nadelen van een aardlekautomaat?
Hij kost per kring meer dan een gewone automaat achter een gedeelde differentieel. Daarnaast kan dezelfde hendel afvallen door lekstroom, overbelasting of kortsluiting, waardoor je de oorzaak moet nagaan. Daartegenover staat dat bij een lekfout alleen die ene kring uitvalt.
Kan ik een gewone automaat vervangen door een aardlekautomaat?
Technisch is dat vaak mogelijk, maar het blijft een wijziging aan je verdeelbord. Die moet op het eendraadschema kloppen en de keuring doorstaan. Laat dit door een erkende elektricien doen, zeker op een arbeidsplaats of tijdelijke installatie. Hij controleert ook of de selectiviteit met de differentieel bovenaan blijft kloppen.
Is een RCBO hetzelfde als een aardlekautomaat?
Ja. RCBO is de Engelse naam voor wat in België een differentieelautomaat en in Nederland een aardlekautomaat heet. Een RCD of RCCB is de differentieelschakelaar zonder overstroombeveiliging.
Bronnen
- Volta: informatiefiche differentieelschakelaar, -automaat, smeltveiligheden en automaten
- ABB: catalogus aardlekbeveiliging 2024
- ABB: bescherming tegen aardfouten met aardlekschakelaars
- ACA: praktische gids huishoudelijke installaties (juni 2023)
- Energuide: verschil tussen automaat, RCD en RCBO
- FOD Economie: Boek 1 van het AREI
- Volta: keuze van de differentieelschakelaar voor EV-laadpunten
- FOD Werkgelegenheid: Codex boek III titel 1, basiseisen arbeidsplaatsen
- FOD Werkgelegenheid: elektrische installaties en AREI
- Volta: handboek veilige PV-systemen