Naar de inhoud
Terug naar blog

Karakteristiek van een automaat: B, C of D uitgelegd

Karakteristiek van een automaat: B, C of D uitgelegd

De letter op een automaat (B, C of D) vertelt hoe snel hij afschakelt bij een plotse stroompiek of kortsluiting, niet hoeveel stroom hij mag dragen. Een B16 en een C16 zijn allebei 16 A-automaten: de B reageert al op een kleinere piek, de C laat een grotere inschakelstroom toe voor hij uitvalt. Kies je de verkeerde curve, dan krijg je ofwel automaten die bij elke opstart van een ledwand of pomp uitspringen, ofwel een kring die bij een fout niet snel genoeg wordt onderbroken. Hieronder lees je wat elke karakteristiek betekent, wanneer je welke kiest, hoe selectiviteit tussen automaten werkt en waar je op let bij tijdelijke installaties op events en werven.

Stroomhuren
Tijdelijke stroom, correct beveiligd
Stroomhuren verhuurt stroomkasten, kabels en verdeelpanelen voor events en werven, met aandacht voor veiligheidsvoorschriften en maatwerk.
Bekijk stroomoplossingen

TL;DR

  • De karakteristiek bepaalt de magnetische uitschakeling bij kortsluiting: B bij ongeveer 3 tot 5 keer de nominale stroom, C bij ongeveer 5 tot 10 keer.
  • B16 of C16 maakt geen verschil in nominale stroom: beide zijn 16 A. De C is alleen minder gevoelig voor korte pieken.
  • In Belgische woningen is C de gangbare keuze; B en D zijn er voor specifieke kringen.
  • Selectiviteit betekent dat alleen de automaat het dichtst bij de fout afschakelt, zodat niet je hele event of werf zonder stroom valt.
  • Een automaat die uitspringt vervang je niet blind door een zwaardere curve: controleer eerst belasting, kabellengte en foutlusimpedantie.

Inhoudsopgave

Wat een automaat eigenlijk doet

Een installatieautomaat beschermt je kabels tegen twee dingen: overbelasting en kortsluiting. Hij doet dat met twee mechanismen in één behuizing.

  • Thermische uitschakeling (bimetaal). Trekt een kring langere tijd meer stroom dan de nominale waarde, dan warmt een bimetaal op en schakelt de automaat na een tijd af. Hoe groter de overbelasting, hoe sneller.
  • Magnetische uitschakeling (spoel). Bij een kortsluiting loopt de stroom in een fractie van een seconde op tot een veelvoud van de nominale waarde. Een spoel trekt dan het mechanisme meteen open.

De karakteristiek (B, C, D) gaat over dat tweede deel: vanaf welk veelvoud van de nominale stroom de automaat ogenblikkelijk afschakelt. Het overbelastingsgedrag is voor B, C en D in grote lijnen gelijk. Precies dat punt wordt vaak verkeerd begrepen, zoals ASB uitlegt in zijn vergelijking van B- en C-automaten.

Een automaat is ook geen differentieel. Volgens de informatiefiche van Volta beschermt een automaat tegen overbelasting en kortsluiting, beschermt een differentieelschakelaar mensen en installaties tegen lekstromen naar de aarde, en combineert een differentieelautomaat beide functies in één toestel. Het type van een differentieel (AC, A of B) staat dus los van de karakteristiek B of C op een automaat, ook al gebruiken beide dezelfde letters.

De karakteristieken naast elkaar

Schneider Electric België beschrijft de uitschakelcurves zo: een B-automaat schakelt magnetisch af bij 3 tot 5 keer de nominale stroom (In), een C-automaat bij 5 tot 10 keer In. Dezelfde pagina behandelt ook de D-, K- en Z-curves, die bedoeld zijn voor zeer specifieke verbruikers.

Karakteristiek Magnetische uitschakeling Typische toepassing Aandachtspunt
B ca. 3 tot 5 × In Kringen met lage inschakelstroom, lange leidingen, zwakke bronnen Valt sneller uit bij opstartpieken
C ca. 5 tot 10 × In Algemene installaties, motoren, koeltoestellen, pompen, elektronica Vraagt een hogere kortsluitstroom om snel af te schakelen
D Nog hoger dan C Toestellen met zeer zware aanloopstromen, zoals grote motoren en transformatoren Enkel waar de kortsluitstroom dat zeker toelaat

Een rekenvoorbeeld met een 16 A-automaat maakt het concreet:

  • B16: magnetische uitschakeling vanaf ongeveer 48 tot 80 A.
  • C16: magnetische uitschakeling vanaf ongeveer 80 tot 160 A.

Een opstartpiek van 70 A gedurende enkele milliseconden kan een B16 dus doen uitvallen, terwijl een C16 die piek zonder probleem doorlaat. Omgekeerd: bevindt het einde van je kabel zich zo ver dat een kortsluiting daar maar 100 A oplevert, dan is een B16 zeker snel weg, maar een C16 niet gegarandeerd.

B16 of C16: wat kies je?

De vraag “B of C?” is in feite een afweging tussen twee risico’s: onnodig uitvallen of te traag afschakelen. Vier vragen helpen je kiezen.

  1. Wat hangt er aan de kring? Toestellen met motoren, compressoren of schakelende voedingen trekken bij het aanzetten een korte piek. Denk aan koelcellen, pompen, ventilatoren, elektrisch gereedschap, versterkers en ledverlichting. Daar is C meestal de logische keuze.
  2. Hoe lang is de leiding? Hoe langer de kabel, hoe hoger de weerstand en hoe lager de kortsluitstroom aan het einde. Bij lange leidingen kan die stroom te laag uitvallen om een C-automaat magnetisch te laten afschakelen. Daarom wordt B volgens Schneider Electric vooral ingezet in kringen waar de kortsluitstroom aan het einde van een lange lijn te laag kan zijn.
  3. Wat is de bron? Een stevige netaansluiting levert een hoge kortsluitstroom. Een kleinere bron levert er minder, waardoor dezelfde berekening anders kan uitvallen.
  4. Wat zegt de berekening? De foutlusimpedantie bepaalt welke kortsluitstroom je effectief haalt. Pas als die bekend is, weet je of een C- of D-curve nog tijdig afschakelt.

Wat het AREI zegt

Het AREI legt in België geen vaste karakteristiek op. Het vraagt wel dat de stroom bij een kortsluiting onderbroken wordt voordat de geleider zijn kritieke temperatuur bereikt, zoals Planelec samenvat in zijn uitleg over uitschakelvermogen. De keuze tussen B en C hangt dus af van de belasting, de leidinglengte en de berekende foutlusimpedantie, niet van een gewoonte.

In de praktijk is C de standaard in Belgische woningen, omdat moderne toestellen bij het inschakelen pieken trekken. Op het BouwInfo-forum merken installateurs op dat B-automaten in de residentiële markt zeldzaam zijn, al bestaan ze wel.

De kabelsectie blijft de baas

De karakteristiek verandert niets aan de maximale beveiligingswaarde per sectie. Een overzicht op BouwInfo geeft voor 1,5 mm² een automaat van maximaal 16 A en voor 1 mm² maximaal 10 A. Een B16 of C16 op 1,5 mm² kan dus allebei, een 20 A-automaat op die sectie niet, welke letter er ook op staat.

C of D: wanneer de zwaarste curve

Een D-automaat verdraagt de grootste inschakelstromen. Hij hoort bij toestellen die bij het opstarten echt zwaar trekken: grote motoren, transformatoren, lasapparatuur of sommige industriële machines. Op een gewone kring met stopcontacten heeft hij weinig zin.

Het nadeel is dat een D-automaat ook de hoogste kortsluitstroom nodig heeft om magnetisch af te schakelen. Op een lange kabel of achter een zwakke bron wordt dat snel een probleem: bij een fout schakelt alleen nog het trage thermische deel af, en ondertussen warmt de kabel op. Een D-curve kies je daarom alleen na een berekening, nooit omdat een C-automaat “te vaak” uitvalt.

Waarom een automaat uitspringt, en waarom een andere curve zelden de oplossing is

Valt een C16 telkens uit, dan is de reflex om er een D16 of een C20 van te maken. Dat is meestal fout. Zoals ASB opmerkt, is een automaat met een hogere letter niet zwaarder, maar alleen minder gevoelig voor korte pieken, en lost het blindelings vervangen een uitvalprobleem zelden op.

Ga eerst na wat er echt gebeurt:

  1. Valt hij uit bij het aanzetten? Dan gaat het om inschakelstroom. Verdeel de toestellen over meer kringen, schakel ze gespreid in of gebruik een inschakelstroombegrenzer.
  2. Valt hij uit na een tijd draaien? Dan is het overbelasting en zit de thermische beveiliging aan zet. Een andere curve verandert daar niets aan. Je hebt meer kringen of een zwaardere voeding met een passende kabelsectie nodig.
  3. Valt de differentieel uit in plaats van de automaat? Dan zoek je een lekstroom, geen kortsluiting. Controleer toestellen, verlengkabels en aarding.
  4. Valt alles tegelijk uit? Dan is er waarschijnlijk een selectiviteitsprobleem.

Het ledprobleem op events

Ledverlichting en ledschermen verbruiken weinig, maar hun elektronische voedingen trekken bij het inschakelen een zeer hoge, korte piek. De Electrical Installation Guide stelt dat bij ledlampen de automaat, en niet de schakelaar, bepaalt hoeveel armaturen je op één kring kunt zetten. Fabrikanten van armaturen vermelden daarom vaak een maximaal aantal per B- of C-automaat in hun datasheet. Vraag die gegevens op bij je licht- of videoleverancier voor je de kringen indeelt.

Selectiviteit tussen automaten

Selectiviteit betekent dat bij een fout alleen de beveiliging het dichtst bij die fout afschakelt. Valt er een kortsluiting in een cateringstand, dan moet alleen de automaat van die stand uitvallen, niet de hoofdautomaat van de verdeelkast en zeker niet de voeding van het podium.

Hoe je selectiviteit opbouwt

  • Grotere nominale stroom stroomopwaarts. De automaat in de hoofdverdeling heeft een duidelijk hogere waarde dan de automaten erachter. Bij overbelasting zijn twee automaten selectief als hun uitschakelcurves elkaar niet raken: de kleinere is dan altijd eerst weg.
  • Tragere curve stroomopwaarts. Een C- of D-automaat boven een B-automaat schuift het magnetische uitschakelpunt van de bovenliggende automaat hoger.
  • Kortsluitselectiviteit volgens fabrikantentabellen. Bij een zware kortsluiting kunnen beide automaten tegelijk magnetisch afschakelen. Of twee toestellen echt selectief zijn, lees je af in de selectiviteitstabellen van de fabrikant. Volledige selectiviteit tussen twee kleine modulaire automaten is in de praktijk vaak maar gedeeltelijk.
  • Ook differentiëlen in serie. Staan twee differentieelschakelaars na elkaar, dan is selectiviteit ook daar een aandachtspunt, zoals Volta aanstipt in zijn fiche over laadpunten. De bovenste krijgt dan meestal een hogere aanspreekstroom of een selectief, vertraagd type.

Automaten achter smeltzekeringen

Hangt je installatie achter smeltzekeringen, dan moeten de automaten afschakelen voor de zekering doorbrandt. Trage smeltzekeringen hebben een ander verloop dan automaten, dus ook hier vergelijk je de curves en geef je de zekering genoeg marge boven de automaten erachter.

Uitschakelvermogen en energiebeperking: de andere getallen op je automaat

Naast de letter en de ampèrewaarde staan er nog twee waarden op een automaat die je keuze mee bepalen.

  • Uitschakelvermogen (kA). Dat is de hoogste kortsluitstroom die de automaat veilig kan onderbreken. Planelec bespreekt de gangbare waarden van 3, 6 en 10 kA en verwijst naar de definitie in afdeling 2.6 van het AREI. Een markering als “3000” betekent 3 kA.
  • Energiebeperkingsklasse (1, 2 of 3). Die geeft aan hoe sterk de automaat de doorgelaten energie (I²t) bij een kortsluiting beperkt. Volgens Thuisserver beschermt klasse 3 kabels en toestellen het best tegen thermische en mechanische schade.

Wie zelf meer theorie wil, vindt een heldere begrippenlijst op Het Zelf Doen, van bedrijfsstroom tot verliesstroom.

Karakteristieken in tijdelijke installaties

Op een event, een filmset of een werf zijn de omstandigheden anders dan in een woning. Drie dingen maken de keuze van karakteristiek daar extra belangrijk.

Lange kabeltrajecten. Een foodtruck of een FOH-positie hangt vaak tientallen meters van de verdeelkast. Elke meter verlaagt de kortsluitstroom aan het einde. Wat in de verdeelkast nog een veilige C-automaat is, kan na een lange verlengkabel te traag reageren. Reken het traject uit, inclusief elke tussenkabel.

Wisselende bronnen. Dezelfde verdeelkast hangt de ene week aan een vaste aansluiting, de volgende aan een tijdelijke aansluiting of een andere voeding. De beschikbare kortsluitstroom verschilt per bron, en dus ook of je automaten tijdig afschakelen.

Veel pieken tegelijk. Licht, geluid, ledwanden, koelingen en kookapparatuur gaan bij de opstart vaak samen aan. Een slimme indeling van kringen en een gespreide opstart voorkomen meer uitval dan een andere curve.

Drie factoren beïnvloeden automaatkeuze

Wie een 63A-voeding omzet naar 32A, beveiligt de afgaande kring apart. Hoe dat veilig gebeurt, lees je in onze uitleg over de overgang van 63A naar 32A met een C32-beveiliging. Voor het wettelijke kader rond tijdelijke opstellingen verwijzen we naar onze gids over het AREI bij tijdelijke installaties en naar onze pagina over aarding en keuring. Werk je aan een bestaande verdeling, consigneer dan eerst volgens de regels van lockout tagout.

Twijfel je over de juiste curve voor een specifieke kring, laat de foutlusimpedantie dan meten of berekenen door een bevoegd elektrotechnicus voor je iets vervangt. Een automaat die niet tijdig afschakelt, merk je pas wanneer het misloopt.

Ons standpunt: kies de curve op basis van het traject, niet van de klacht

Bij tijdelijke stroomvoorziening zien we telkens hetzelfde patroon: een automaat valt uit en de eerste vraag is of er niet “een zwaardere” in kan. Ons antwoord is bijna altijd: kijk eerst naar wat erachter hangt en hoe ver het hangt. Een uitvallende automaat is een signaal, geen defect.

Ons standpunt: kies de curve op basis van het traject, niet van de klacht — overview diagram

Daarom bekijken we bij elke aanvraag het hele traject, van bron tot laatste verbruiker. Welke toestellen trekken pieken, hoe lang zijn de kabels, waar komen de verdeelkasten en welke automaat moet als eerste afschakelen als er iets fout gaat. Pas dan stellen we een set samen. Een goed ingedeelde opstelling met de juiste kabelsecties en een doordachte selectiviteit loopt een hele dag zonder uitval, met automaten die gewoon hun werk doen.

Dat is ook waarom we werken met materiaal dat voldoet aan de Europese normen, met een vaste contactpersoon die je opstelling kent, en met veiligheidsadvies als vast onderdeel van de verhuur. We werken VCA-gecertificeerd en zijn 24/7 bereikbaar, want stroomvragen houden zich niet aan kantooruren.

— Belgalink

Stroom voor je event of project, correct beveiligd

Bij Stroomhuren huur je verdeelkasten, kabels, aardingsmateriaal, overgangen en meters voor tijdelijke stroomvoorziening, als dry hire of met volledige installatiebemiddeling. Je krijgt binnen 24 uur een offerte, Fien blijft je vaste aanspreekpunt, en via de nachtsas haal je materiaal op of breng je het terug wanneer het jou past. Zoek je een verdeling voor een specifieke voeding, bekijk dan onze verdeelkast 32A of verdeelkast 63A, of vertel ons wat je wilt aansluiten via de pagina stroom huren voor een evenement.

Veelgestelde vragen

Waar staat de B voor bij een B16-automaat?

De B is de uitschakelkarakteristiek, de 16 de nominale stroom in ampère. Een B-automaat schakelt magnetisch af bij ongeveer 3 tot 5 keer die nominale stroom, dus bij een B16 vanaf ongeveer 48 tot 80 A. Hij reageert daardoor sneller op pieken dan een C16.

Is een C16 zwaarder dan een B16?

Nee. Beide zijn 16 A en beveiligen dezelfde kabelsectie. De C16 laat alleen een grotere korte inschakelstroom toe voor hij magnetisch afschakelt, en vraagt daarom ook een hogere kortsluitstroom om tijdig af te schakelen.

Mag ik een B-automaat zomaar vervangen door een C-automaat?

Niet zonder controle. Een C-automaat heeft een hogere kortsluitstroom nodig om ogenblikkelijk af te schakelen, dus moet de foutlusimpedantie van de kring dat toelaten, zeker bij lange leidingen. Laat dat nakijken door een bevoegd elektrotechnicus voor je wisselt.

Wat is het verschil tussen een automaat en een differentieel?

Een automaat beschermt kabels tegen overbelasting en kortsluiting. Een differentieelschakelaar detecteert lekstromen naar de aarde en beschermt zo vooral personen. Een differentieelautomaat combineert beide functies in één toestel.

Wat betekent selectiviteit bij automaten?

Selectiviteit betekent dat bij een fout alleen de automaat het dichtst bij die fout afschakelt en de rest van de installatie blijft werken. Je bereikt dat met hogere waarden en tragere curves stroomopwaarts, en controleert het bij kortsluiting met de selectiviteitstabellen van de fabrikant.

Bronnen

Aanbevelingen