Verdeelkast capaciteit bepalen: zo reken je het correct uit
9 min lezenRedactie Stroomhuren.be

Bereken eerst het totale vermogen van alle gelijktijdig gebruikte apparaten, zet dat om naar ampère en tel op basis daarvan de benodigde modulebreedtes (TE) op. Voeg 20 tot 30% reserve toe, kies tussen 1-fase en 3-fase, en toets alles aan het eendraadschema en de AREI-normen voordat je een kast bestelt. Voor tijdelijke projecten kan een verhuurder die berekening meteen vertalen naar een geschikte kast op maat.
Kort samengevat:
- Voor de juiste capaciteit bereken je het totale vermogen, zet dat om naar stroom en voeg een reserve van 20 tot 30 procent toe, afhankelijk van het gebruik.
- Een module (TE) is 18 millimeter breed; de kastgrootte hangt af van het aantal TE dat nodig is, meestal tussen 54 en 72 TE voor de meeste toepassingen.
- Bij 230V en 400V verschuiven de benodigde ampèrewaarden snel, waardoor het essentieel is de juiste hoofdzekering en kabeldoorsnede te kiezen, vooral bij piekbelastingen.
- Fouten zoals ontbrekende of onjuiste eendraadschema’s, te veel kringen op één RCD en ontbrekende labels leiden vaak tot afkeuring bij AREI-keuringen.
- Bij tijdelijke projecten biedt huren een snel en kosteneffectief alternatief voor het kopen van een verdeelkast, met de juiste capaciteit afgestemd op de berekening.
Inhoudsopgave
- Hoeveel capaciteit heeft je verdeelkast nodig?
- Wat is een module (TE) en hoe bepaalt dat de kastgrootte?
- Welke ampèrewaarde past bij welk vermogen?
- Welke kabeldoorsnede horen bij welke ampère?
- Hoe ziet een uitgewerkte kastindeling er in de praktijk uit?
- Welke fouten leiden tot afkeuring bij een AREI-keuring?
- Wanneer is huren slimmer dan een vaste installatie kopen?
- Reken zelf, maar weet wanneer je een expert belt
- Verdeelkast huren voor je project? Zo regel je het snel
- Bronnen
- Veelgestelde vragen
Hoeveel capaciteit heeft je verdeelkast nodig?
De basis van elke goede verdeelkast is niet de kast zelf, maar het schema dat erop volgt. Zonder een correct eendraadschema reken je in het duister, en dat is precies wat keuringen vaak laat mislopen. Deskundigen wijzen het ontbreken van een nauwkeurig eendraadschema aan als belangrijkste oorzaak van dimensioneringsfouten bij elektrische keuringen.
Zo bouw je de berekening op:
- Stel het eendraadschema op. Noteer elke eindkring, elk vermogen en elke beveiliging die je wilt plaatsen. Dit schema is je referentiepunt bij elke volgende stap.
- Reken vermogen om naar stroom. Voor 1-fase (230V) geldt: I (A) = P (W) / 230. Voor 3-fase (400V) geldt: I (A) = P (W) / (400 × √3 × cos φ), waarbij cos φ meestal rond 0,9 à 1 ligt voor gangbare huishoudelijke en professionele belastingen.
- Pas een simultaneiteitsfactor toe. Niet elk toestel draait op hetzelfde moment op vol vermogen. Reken bij een woning met een factor tussen 0,6 en 0,8 op het totaal van alle aangesloten kringen, en bij tijdelijke installaties eerder conservatief, dus dichter bij 1, omdat je vaak niet weet wat de exacte gebruikspatronen worden.
- Voeg een veiligheidsmarge toe. Reken op 20 tot 30% extra capaciteit boven je berekende piekbelasting, zoals ook bij tijdelijke stroomvoorziening voor evenementen en bouwprojecten gangbaar is.
- Rond af naar een standaard hoofdwaarde. Denk aan 16A, 32A, 63A of 125A. Een tussenwaarde bestaat in de praktijk niet, dus rond altijd naar boven af.
Pro-tip: Maak een lijst van alle verbruikers vóór je begint te rekenen, inclusief hun opstartgedrag. Een koelmotor of compressor die je vergeet, gooit je hele berekening om.
Wat is een module (TE) en hoe bepaalt dat de kastgrootte?
Een module, afgekort TE, is de standaardbreedte waarmee elektrische componenten in een verdeelkast worden ingebouwd. Eén TE komt overeen met 18 millimeter, en elke rij in een kast heeft een vast aantal TE beschikbaar.
De meeste componenten nemen een vaste breedte in:
- Een automaat (MCB) 1-polig: 1 TE
- Een automaat (MCB) 2-polig: 2 TE
- Een aardlekschakelaar (RCD) 2-polig: 2 TE
- Een overspanningsbeveiliging (SPD): 2 tot 4 TE, afhankelijk van het type component
- Domotica- of sturingsmodules: doorgaans 2 tot 4 TE per module
Rijen in een verdeelkast bevatten meestal 12 tot 18 TE. Een kast met 4 rijen van 18 TE komt op 72 TE totaal, terwijl een kleinere kast van 3 rijen van 18 TE op 54 TE uitkomt. Voor een gemiddelde eengezinswoning raadt PlanElec minimaal 4 rijen van 18 TE aan, precies om toekomstige uitbreidingen mogelijk te houden.
Bij 40 benodigde Te belanden je dan op 48 à 52 TE, wat neerkomt op een kast van 3 rijen van 18 TE.

Welke ampèrewaarde past bij welk vermogen?
De stap van vermogen naar ampère bepaalt, welk verdeelmodel je nodig hebt: 16A, 32A, 63A of 125A. Bij 230V (1-fase) en 400V (3-fase) verschuiven de bruikbare vermogens flink, en dat verschil onderschatten leidt tot een te kleine hoofdzekering.
Deze cijfers gelden voor continu gebruik bij volle nominale belasting.
Motoren, compressoren en sommige verlichtingssystemen trekken bij het opstarten 2 tot 3 keer hun nominale stroom. Negeer je die piek, dan valt je hoofdzekering precies op het moment dat je het minst kan gebruiken, bijvoorbeeld bij het opstarten van een koelwagen op een evenement.
Welke kabeldoorsnede horen bij welke ampère?
Kabeldoorsnede en ampèrewaarde staan onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een te dunne kabel bij een hoge stroom veroorzaakt spanningsverlies en, in het slechtste geval, brandgevaar.
Als vuistregel gelden deze koppelingen:
- 16A → 2,5 mm²
- 32A → 6 mm²
- 63A → 16 mm²
- 125A → 35 tot 50 mm², afhankelijk van kabellengte en materiaal
Hoe langer de kabel, hoe groter het spanningsverlies bij gelijke doorsnede. Bij tijdelijke installaties met lange kabeltrajecten, denk aan een evenemententerrein waar de kast tientallen meters van de verbruikers staat, moet je vaak een maatje groter kiezen dan de tabel aangeeft. Voor buitengebruik geldt bovendien een minimale beschermingsgraad van IP44, en die eis staat los van de kabeldoorsnede maar is even bindend.
Bij installaties met veel niet-lineaire belastingen, zoals frequentieregelaars of LED-drivers, stijgt de effectieve stroom door harmonischen. Voor die gevallen is een handmatige tabelberekening vaak niet nauwkeurig genoeg en verdient normconforme rekensoftware de voorkeur boven een ruwe schatting.

Hoe ziet een uitgewerkte kastindeling er in de praktijk uit?
Twee praktijkvoorbeelden maken het concreet: een woning en een tijdelijk evenement.
Woningvoorbeeld. Je kiest een kast met 4 rijen van 18 TE, dus 72 TE totaal.
- Hoofdautomaat en hoofdschakelaar: 4 TE
- Twee aardlekschakelaars (RCD) van 2 TE elk voor de verplichte kringverdeling: 4 TE
- Tien eindkringen (verlichting, stopcontacten, kookplaat, wasmachine) met 1 TE per automaat: 10 TE
- Eén overspanningsbeveiliging (SPD): 3 TE
- Domoticamodule voor sturing: 3 TE
Totaal benodigd: 24 TE.
Evenementvoorbeeld. Stel je hebt een foodtruck, twee koelunits en verlichting nodig.
| Verbruiker | Vermogen | Opmerking |
|---|---|---|
| Foodtruck (kookapparatuur) | 7 kW | piekbelasting bij opstart |
| Twee koelunits | 2 × 1 kW = 2 kW | opstartstroom 2 à 3× nominaal |
| Verlichting en geluid | 2 kW | continue belasting |
Totaal: 12 kW. Bij 400V vriesfase kom je dan op zo’n 20A nettobehoefte, maar door de opstartpieken van de koelunits kies je in de praktijk een kast van 32A of zelfs 63A om marge te houden.
Welke fouten leiden tot afkeuring bij een AREI-keuring?
De meeste afkeuringen komen terug op een handvol herkenbare problemen. Kennen ze, is ze vermijden.
- Geen eendraadschema aanwezig, of een schema dat niet overeenkomt met de werkelijke bekabeling
- Te veel eindkringen aangesloten op één aardlekschakelaar, in strijd met de AREI-regels over maximale kringen per RCD
- Ontbrekende of onleesbare opschriften bij automaten en kringen
- Geen overspanningsbeveiliging (SPD) waar die verplicht of aanbevolen is
- Te weinig reserveruimte, wat toekomstige uitbreiding onmogelijk maakt zonder nieuwe kast
Pro-tip: Label elke kring meteen bij montage, niet achteraf. Een kast waarbij je een kring moet opzoeken via testen in plaats van via het label, wekt bij een keurder meteen argwaan over de rest van de installatie.
Loop voor de keuring een eigen checklist af: schema aanwezig en actueel, labels leesbaar, RCD-verdeling correct, reserveplaatsen aanwezig, aarding gemeten en genoteerd.
Wanneer is huren slimmer dan een vaste installatie kopen?
Voor tijdelijke projecten, zoals evenementen, bouwplaatsen of technische installaties, is een eigen verdeelkast kopen vaak overbodig. Sommige verhuurders bieden verdeelkasten, kabels en verdeelpanelen die voldoen aan Europese normen, met VCA-certificering en 24/7-service, zodat je bij een piekbelasting of een defect altijd iemand aan de lijn kunt krijgen, ook midden in een weekendevenement. Huren is vooral slim wanneer de behoefte tijdelijk is en de kosten van een eigen kast niet opwegen tegen een paar dagen of weken gebruik.
Reken zelf, maar weet wanneer je een expert belt
De berekeningen in dit artikel volstaan voor de meeste woningen en kleinere tijdelijke opstellingen. Bij complexe situaties, hoge opstartstromen van meerdere motoren tegelijk, twijfel over AREI-interpretatie, of grootschalige evenementen met honderden aansluitpunten, loop je risico als je alleen op een vuistregel vertrouwt. Volg de checklist, maar schakel bij twijfel een monteur of verhuurder in voordat je een kast bestelt of aansluit.
Verdeelkast huren voor je project? Zo regel je het snel
Zelf een kast berekenen en dan alsnog een geschikte kopen kost tijd die je bij een tijdelijk project vaak niet hebt. Huren is een alternatief voor aankoop bij tijdelijke stroomvoorziening: je kunt precies de capaciteit huren die je hebt berekend, zonder een kast te kopen die na het project blijft liggen.
Voor evenementen, bouwplaatsen en technische installaties bieden sommige verhuurders verdeelkasten die aan Europese normen voldoen, met certificering en bereikbaarheid bij problemen; voor energiebesparende maatregelen bij je woning kun je ook de complete lijst energiebesparende upgrades bekijken. Twijfel je tussen 32A en 63A na je eigen berekening, of wil je zeker zijn dat de kastindeling klopt met je eendraadschema? Er zijn teams die mee kunnen denken over de juiste capaciteit voor jouw situatie. Bekijk de opties voor verdeelkast huren en vraag een offerte aan voor je volgende evenement, werf of installatie.
Bronnen
Wil je zelf verder rekenen of je berekening dubbel controleren, gebruik dan deze bronnen:
- Verdeelkast plannen: Opbouw en dimensionering volgens AREI — PlanElec
- Moerverhuur
- How to select the appropriate current rating — Apeks / Powerdistros
Veelgestelde vragen
Hoeveel reserve moet ik voorzien in een verdeelkast?
Dat geeft ruimte voor een laadpaal, warmtepomp of extra kring zonder de kast te vervangen.
Wat is het verschil tussen 1-fase en 3-fase bij het berekenen van capaciteit?
Bij 1-fase (230V) reken je met I = P / 230, terwijl 3-fase (400V) veel hogere vermogens toelaat bij dezelfde ampèrewaarde. Vanaf ongeveer 7 kW continu vermogen wordt 3-fase de gangbare keuze.
Welke kabeldoorsnede heb ik nodig bij 32A?
Bij 32A gebruik je doorgaans een kabel van 6 mm². Bij lange kabeltrajecten of hoge omgevingstemperaturen kan een dikkere doorsnede nodig zijn om spanningsverlies te beperken.
Waarom wordt mijn verdeelkast afgekeurd bij een AREI-keuring?
De meest voorkomende reden is een ontbrekend of onjuist eendraadschema, gevolgd door te veel eindkringen op één aardlekschakelaar en ontbrekende labels. Een checklist vooraf voorkomt de meeste afkeuringen.
Kan ik voor een evenement een verdeelkast huren in plaats van kopen?
Ja, er zijn verhuurders die verdeelkasten aanbieden voor tijdelijke toepassingen zoals evenementen en bouwprojecten, inclusief kabels, aardingsmateriaal en service bij storingen.



