Naar de inhoud
Terug naar blog

Stroom voor standbouw: vermogen, aansluiting en veiligheid

Stroom voor standbouw: vermogen, aansluiting en veiligheid

Stroom voor je beursstand regel je in drie stappen. Eerst bereken je hoeveel vermogen je stand echt nodig heeft. Daarna bestel je bij de beurslocatie een aansluiting die daarbij past: enkelfasig 230 V of driefasig 400 V. Tot slot verdeel je dat vermogen veilig over verlichting, schermen, keuken en demo’s, met gekeurd materiaal en een erkende elektricien. Hieronder lees je hoe je dat aanpakt, met een rekenvoorbeeld, de Belgische regels en een checklist voor de opbouw.

Stroomhuren
stroomhuren.be
Voorzie je stand van betrouwbare stroom
Stroomhuren verhuurt stroomkasten, kabels, verdeelpanelen en aardingsmaterialen voor tijdelijke stroomvoorzieningen op evenementen en technische locaties.
Bekijk stroommateriaal

Kort samengevat

  • Tel het vermogen van elk toestel op (volt maal ampère geeft watt) en houd een marge over voor opstartpieken van koelkasten, LED-drivers en machines.
  • Een 230V-aansluiting van 16 A levert ongeveer 3,7 kW. Vraagt je stand meer, of heb je een toestel dat op drie fasen werkt, dan kies je een driefasige aansluiting.
  • In België moet de installatie voldoen aan het AREI, en op Brussels Expo mogen alleen BA4- of BA5-geschoolde elektriciens aan de installatie werken.
  • Bestel je aansluiting tijdig bij de technische dienst van de beurs en lever een stroomplan aan met de plaats van de kast en de groepen.
  • Werk met gekeurde kabels, verdeelkasten en aarding, en laat de installatie na elke opbouw testen voor je de stroom inschakelt.

Inhoudsopgave

Waarom stroom op een beursstand vaak misloopt

Een beursstand is een tijdelijke installatie die in één of twee dagen wordt opgebouwd, een paar dagen intensief draait en daarna weer verdwijnt. Precies daar zitten de risico’s. Er wordt onder tijdsdruk gewerkt, verschillende partijen (standbouwer, AV-leverancier, cateraar, standhouder) sluiten elk hun eigen toestellen aan, en niemand heeft het totaalplaatje. Het gevolg ken je misschien: een zekering die springt net als de eerste bezoekers binnenkomen, een koffiemachine die de schermen laat uitvallen, of een losse haspel midden in het gangpad.

De Britse IET-richtlijn voor beurzen en stands noemt elektrische schokken en brand als de grote risico’s van zulke tijdelijke installaties, en stelt dat ze na elke opbouw op locatie getest moeten worden. Een stand die vorig jaar perfect werkte, is dus geen garantie voor dit jaar: de opbouw, de kabeltracés en de aangesloten toestellen zijn telkens anders.

Wie stroom voor standbouw goed regelt, begint daarom niet bij de kabel, maar bij de vraag: wat gaat er allemaal aan?

Stap 1: bereken hoeveel vermogen je stand nodig heeft

Maak een volledige lijst van verbruikers

Zet elk toestel dat stroom vraagt op papier. Vergeet de kleine dingen niet: een gsm-laadpaal, een verlichte balie, een frigo onder de bar, de laptop van de demo. De technische gids van de Parijse beurscomplexen raadt precies dat aan: lijst alle apparatuur op, vermenigvuldig per toestel volt met ampère en tel de totalen op. Staat er op het typeplaatje al een vermogen in watt, dan gebruik je dat rechtstreeks.

Typische verbruikers op een stand zijn:

  • Verlichting: LED-spots, lichtbakken, verlichte wanden en logo’s.
  • Audiovisueel: schermen, videowanden, projectoren, geluidsinstallatie, mediaspelers.
  • Horeca: espressomachine, waterkoker, koelkast, vaatwasser, warmhoudplaat.
  • Demo en productie: machines, robots, 3D-printers, testopstellingen.
  • Kantoor en comfort: laptops, tablets, laadpunten, ventilatoren of mobiele airco.

Kijk naar het verloop over de dag

Niet alles draait tegelijk op vol vermogen, maar sommige pieken vallen wel samen. De OVAM geeft organisatoren het advies om de energiebehoeften van alle betrokkenen in kaart te brengen, op een tijdslijn te zetten en pieken op te sporen. Op een stand betekent dat: wat gebeurt er bij de opening, wanneer start de demo, en draait de koffiemachine net op het moment dat de netwerkreceptie begint? Zo vermijd je dat je te krap bestelt, maar ook dat je een te zware aansluiting betaalt die je nooit gebruikt.

Houd marge voor opstartpieken

Koelkasten, compressoren, motoren en LED-voedingen trekken bij het inschakelen kort veel meer stroom dan hun nominale vermogen. Reken dus nooit tot op de laatste watt. Een vuistregel uit de praktijk is dat je de aansluiting niet meer dan voor ongeveer 80 procent belast, en dat je toestellen met een zware opstartstroom op een aparte groep zet. In onze gids vermogen berekenen voor een evenement vind je de berekening stap voor stap.

Rekenvoorbeeld: een stand van 36 m²

Stel: je hebt een hoekstand van 6 bij 6 meter met deze toestellen.

Verbruiker Vermogen Fase
LED-verlichting en lichtbak 800 W 230 V
Twee grote schermen 500 W 230 V
Espressomachine 2.000 W 230 V
Koelkast 150 W (opstartpiek veel hoger) 230 V
Laptops en laadpunten 300 W 230 V
Demomachine 4.000 W 400 V driefasig
Totaal 7.750 W

Alleen al de 230V-toestellen samen vragen 3.750 W. Dat is meer dan een gewone aansluiting van 16 A aankan, nog zonder marge. En de demomachine werkt op drie fasen. Deze stand heeft dus een driefasige aansluiting nodig, met de 230V-verbruikers netjes verdeeld over de drie fasen.

Ter vergelijking: voor de onderwijsbeurs SID-in voorziet de Vlaamse overheid standaard 40 watt per m² standoppervlakte of een forfait van 1.500 watt. Voor een infostand met wat verlichting en een laptop volstaat dat ruim. Een stand met horeca, schermen en demo’s zit er al snel een veelvoud boven. Ook bij pakketstands is de inbegrepen aansluiting vaak beperkt tot een paar kilowatt, dus check dat altijd in je standhouderscontract.

Stap 2: kies de juiste aansluiting, 230 V of driefasig

Stap 2: kies de juiste aansluiting, 230 V of driefasig

De keuze tussen enkelfasig en driefasig is geen kwestie van voorkeur. Je apparatuur bepaalt wat je nodig hebt. Energuide legt uit dat gewone toestellen op een standaardstopcontact werken, ook bij een driefasige aansluiting, en dat alleen toestellen die echt op drie fasen werken een driefasige contactdoos nodig hebben. In België kan een driefasig net bovendien 3×230 V of 3N 400/230 V zijn. Vraag dus aan de beurslocatie welk net er in de hal ligt.

Het vermogen per aansluiting reken je zelf uit: bij enkelfasig is dat spanning maal stroom, bij driefasig 400 V maal stroom maal √3. Dat geeft deze richtwaarden (bij een zuiver ohmse belasting, in de praktijk iets minder):

Aansluiting Stekker Maximaal vermogen Typisch voor
230 V, 16 A, enkelfasig Schuko of blauwe CEE 16 A ca. 3,7 kW kleine infostand, verlichting en laptops
400 V, 16 A, driefasig rode CEE 16 A (5-polig) ca. 11 kW middelgrote stand met schermen en koffiebar
400 V, 32 A, driefasig rode CEE 32 A ca. 22 kW grote stand met horeca, AV en demo
400 V, 63 A, driefasig rode CEE 63 A ca. 43 kW eilandstand, dubbeldekker of machinedemo

Het voordeel van een driefasige aansluiting zit niet alleen in het hogere totaal. Je kunt de 230V-toestellen ook over drie fasen spreiden, zodat één groep niet alles moet dragen. Voor ons rekenvoorbeeld van 7,75 kW is een driefasige 16A-aansluiting krap zodra de opstartpieken meetellen. Een 32A-aansluiting geeft daar de nodige ademruimte.

Stap 3: verdeel de stroom veilig over je stand

Werk met groepen en zones

Zodra de aansluiting van de beurs binnenkomt, verdeel je die via een verdeelkast over meerdere groepen. Zet verlichting, audiovisueel, horeca en demo elk op een eigen groep. Zo valt bij een storing in de keuken niet meteen je videowand uit. Bij grote stands deel je de ruimte ook in zones in, bijvoorbeeld voorkant, bar en vergaderruimte, elk met hun eigen groepen.

De Britse veiligheidsdienst HSE is daar in haar richtlijn voor evenementen duidelijk over: voorzie voldoende vermogen in plaats van beveiligingen te omzeilen, en zorg voor correcte aarding, differentieelbeveiliging en een installatie die door een bevoegd persoon is aangelegd. Een automaat die blijft uitspringen is een signaal dat je verdeling niet klopt, nooit een reden om hem te overbruggen.

Kabels, haspels en kabelgeleiding

Op een beursvloer lopen kabels onder vloerplaten, achter wanden en soms door publieke ruimte. Let op drie dingen:

  1. Juiste sectie en lengte. Een te dunne of te lange kabel warmt op en geeft spanningsval. Kies de kabel op basis van de stroom die erdoor gaat.
  2. Beschermingsgraad. De veiligheidsvoorschriften van Brussels Expo vragen dat alle kabelhaspels en verdeelstekkers minimaal IP44 zijn. Rol haspels bovendien altijd volledig af, want een opgerolde kabel onder belasting kan oververhitten.
  3. Geen struikelgevaar. Waar een kabel een looppad kruist, leg je hem in een kabelgoot of onder een kabelbrug. Dat beschermt bezoekers, maar ook de kabel tegen trolleys en heftrucks tijdens de opbouw.

Aarding en differentieelbeveiliging

Metalen standconstructies, truss en toestellen met metalen behuizing moeten goed geaard zijn. Een verdeelkast met differentieelbeveiliging schakelt af bij een lekstroom, wat elektrocutie helpt voorkomen. Meer uitleg over meten en controleren vind je in onze gids over aarding en keuring bij tijdelijke installaties.

Aardingsdraad vastgemaakt aan het metalen standprofiel

Wat zegt de Belgische regelgeving?

Het AREI geldt ook op de beurs

Elke elektrische installatie in België moet voldoen aan het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI). Dat geldt ook voor een stand die maar drie dagen staat. Sinds de herziening van het AREI zijn gedetailleerdere schema’s nodig, en controleurs kijken daar strikt op toe. Beurzen vallen onder de installaties met een bijzonder karakter, waarvoor een gelijkvormigheidscontrole vóór de ingebruikname geldt. Wil je weten wat dat concreet betekent voor tijdelijke opstellingen, lees dan ons artikel over het AREI voor tijdelijke installaties.

Wie mag aan de installatie werken?

Op Brussels Expo is het helder: werken aan elektrische installaties op de beurs mogen uitsluitend gebeuren door gekwalificeerde elektriciens met BA4- of BA5-bevoegdheid volgens het AREI. Andere beurshallen leggen hun eigen regels vast in hun reglement. Als standhouder of standbouwer zorg je dus dat de persoon die de verdeelkast aansluit en de groepen verdeelt, daarvoor bevoegd is. Een stekker in een gekeurd stopcontact steken mag iedereen; de installatie zelf opbouwen niet.

Gekeurd materiaal

Ook het materiaal moet in orde zijn. In de richtlijnen voor standenbouwers van de SID-in staat dat elektrisch materiaal goedgekeurd moet zijn door een erkende keuringsinstantie. Zelfgemaakte verlengsnoeren, versleten haspels of goedkope stekkerdozen zonder markering horen niet op een beursvloer. Welke markeringen je mag verwachten, lees je in ons overzicht van keurmerken in stroomverhuur.

Wat stem je vooraf af met de beurslocatie?

De beurslocatie levert de aansluiting tot aan je stand. Alles wat daarna komt, is jouw verantwoordelijkheid of die van je standbouwer. Regel deze punten ruim op voorhand, want bestellingen na de deadline van de beurs kosten vaak extra of zijn niet meer mogelijk:

  • Vermogen en type aansluiting: enkelfasig of driefasig, en hoeveel ampère.
  • Aansluitpunt: waar op je stand komt de kast binnen? Vanuit de vloer, de wand of het plafond? Leg dat vast op het standplan.
  • Uren van stroomlevering: in veel hallen gaat 's nachts de standstroom uit. Heb je een koelkast of server die moet blijven draaien, vraag dan een aparte 24-uursaansluiting.
  • Stroomplan: een schema met verdeelkast, groepen, kabeltracés en de grote verbruikers. Dat helpt bij de controle en bij het oplossen van storingen.
  • Contactpersonen: wie is tijdens opbouw en beurs bereikbaar voor technische vragen, aan de kant van de beurs en bij jou?

Vraag de technische handleiding voor standhouders op bij de organisator. Daarin staan de deadlines, de beschikbare aansluitingen en hun prijzen voor die editie.

Checklist voor opbouw en beursdagen

Gebruik deze lijst tijdens de opbouw:

  1. Controleer of de bestelde aansluiting er is en het juiste type heeft.
  2. Plaats de verdeelkast op een droge, bereikbare plek, niet achter een dichtgeschroefde wand.
  3. Rol alle haspels volledig af en leg kabels in een goot of onder een kabelbrug waar mensen lopen.
  4. Sluit groepen aan volgens je stroomplan en label elke groep.
  5. Laat de installatie testen voor je de stroom inschakelt, inclusief aarding en differentieel.
  6. Schakel de grote verbruikers één voor één in, niet allemaal tegelijk.
  7. Volg het verbruik tijdens de eerste beursdag op. Met een meter zie je meteen of een groep te zwaar belast is. In ons artikel over energieverbruik meten tijdens een evenement lees je hoe je dat aanpakt.
  8. Spreek af wie bij een storing beslist en wie de verdeelkast mag openen.

Zo kijken wij naar stroom op een beursstand

Wij zien het elk beursseizoen opnieuw: de stand is tot in het kleinste detail ontworpen, maar de stroom is een regel onderaan de offerte. Terwijl net daar de stand kan stilvallen.

Daarom vinden wij dat stroom voor standbouw een volwaardig onderdeel van het project is. Een correcte berekening, een verdeelkast die past bij de aansluiting, kabels van de juiste sectie, aarding die klopt en kabelgeleiding waar bezoekers lopen. Al dat materiaal moet conform de Europese normen zijn en klaarliggen wanneer de opbouw start, niet een uur later.

Standbouwers en AV-bedrijven werken vaak 's nachts of op het laatste moment. Daarom zijn wij 24/7 bereikbaar en kun je materiaal afhalen en terugbrengen via onze nachtsas. Met één vast aanspreekpunt, Fien, hoef je je verhaal niet telkens opnieuw te doen. En wie de installatie liever niet zelf opbouwt, laat ons de volledige installatie regelen.

Belgalink

Stroommateriaal voor je stand huren

Bij Stroomhuren huur je alles wat tussen de aansluiting van de beurs en je toestellen zit: verdeelkasten, CEE- en Schuko-kabels, overgangen, aardingsmateriaal, meters, kabelgoten en kabelbruggen, of een complete gebruiksklare set. Voor de meeste stands volstaat een verdeelkast 32A. Voor eilandstands en machinedemo’s is er de verdeelkast 63A.

Stroomhuren

Je kiest zelf hoe ver we gaan. Bij dry hire haal je het materiaal op en bouwt je eigen bevoegde elektricien de installatie op. Bij volledige service regelen wij de installatie voor je. Je ontvangt je offerte binnen 24 uur, en we zijn VCA-gecertificeerd. Bekijk het aanbod stroom huren voor evenementen of vraag meteen een offerte aan.

Veelgestelde vragen

Hoeveel stroom heeft een gemiddelde beursstand nodig?

Dat hangt volledig af van wat er op de stand gebeurt. Een infostand met verlichting en een laptop zit vaak onder 1,5 kW, terwijl een stand met koffiebar, schermen en een demo snel 8 kW of meer vraagt. Maak een lijst van alle toestellen, tel hun vermogen op en houd marge voor opstartpieken.

Mag ik zelf een verdeelkast aansluiten op mijn stand?

Een stekker in een gekeurd stopcontact steken mag iedereen. Het opbouwen en aansluiten van de installatie zelf is in België voorbehouden aan bevoegde personen, en op Brussels Expo moet dat een BA4- of BA5-geschoolde elektricien zijn. Heb je die niet in je team, kies dan voor volledige service.

Is een gewone 230V-aansluiting genoeg voor mijn stand?

Een aansluiting van 230 V en 16 A levert ongeveer 3,7 kW. Dat volstaat voor verlichting, een paar schermen en laptops. Zodra er een espressomachine, meerdere koelkasten of een driefasig toestel bijkomen, heb je een driefasige aansluiting nodig.

Wat kost stroom voor een beursstand?

Je betaalt twee dingen: de aansluiting bij de beurslocatie, volgens hun eigen tarieven per editie, en het materiaal om die stroom op je stand te verdelen. Wat dat materiaal kost, hangt af van je opstelling en de huurduur. Lees onze gids over de prijs van stroom voor een evenement of vraag een offerte op maat aan.

Bronnen

Aanbevelingen