Naar de inhoud
Terug naar blog

Opstartprocedure voor tijdelijke stroom: van aanvraag tot ingebruikname

Opstartprocedure voor tijdelijke stroom: van aanvraag tot ingebruikname

Tijdelijke stroom opstarten in België verloopt altijd in dezelfde volgorde. Eerst bepaal je hoeveel vermogen je nodig hebt. Daarna ga je na of een bestaande aansluiting volstaat en vraag je zo nodig een tijdelijke aansluiting aan bij je netbeheerder. Vervolgens bouw je de installatie op met werfkast, kabels en verdeling, en laat je ze keuren door een erkend controleorganisme. Pas dan mag er spanning op. De grootste valkuil is de timing: hoe meer vermogen je vraagt, hoe langer de netbeheerder nodig heeft, van enkele weken tot meer dan een jaar. Hieronder overlopen we elke stap, met de doorlooptijden, indicatieve kosten en de documenten die je moet klaarhebben.

Stroomhuren
Bereid je tijdelijke stroom goed voor
Stroomhuren verhuurt stroomkasten, kabels en verdeelpanelen voor tijdelijke stroomvoorzieningen in de bouw, evenementensector en techniek.
Bekijk tijdelijke stroomoplossingen

Kort samengevat

  • Begin bij je vermogen. Je stroombehoefte in kVA bepaalt of je op laagspanning terechtkunt, of er een netstudie nodig is en hoe lang je moet wachten.
  • Eerst het net bekijken. Onderzoek eerst een bestaande aansluiting op of vlak bij de locatie. Pas daarna vraag je een nieuwe of verzwaarde tijdelijke aansluiting aan.
  • Vraag tijdig aan. Onder 25 kVA reken je op 2 tot 4 weken, boven 100 kVA of op middenspanning op 3 tot 12 maanden of meer.
  • Geen spanning zonder keuring. Een tijdelijke installatie moet volgens het AREI gekeurd zijn door een erkend controleorganisme voordat je ze in gebruik neemt.
  • Plan de afbouw mee. Vraag de wegname van de aansluiting meteen samen met de aanvraag aan.

Inhoudsopgave

Stap 1: bepaal je stroombehoefte

Alles begint bij een realistische inschatting van wat je nodig hebt. De Code van Goede Praktijk voor tijdelijke en verplaatsbare elektriciteitsvoorziening van VITO laat de systeemkeuze vertrekken van een analyse en optimalisatie van de elektriciteitsbehoefte. Daarbij tellen het energieprofiel, de technische randvoorwaarden, de kosten, de milieu-impact, de hinder en de betrouwbaarheid mee.

In de praktijk maak je een verbruikerslijst:

  1. Grote verbruikers: bouwkraan, keet met verwarming, podiumlicht, geluid, koelcellen, foodtrucks, bar met koeling.
  2. Gelijktijdigheid: wat draait er echt samen? Een podium op volle kracht en een keuken op piek vallen op een festival vaak samen. Op een werf start een kraan met een korte, hoge piek.
  3. Spanning en aansluitingen: welke toestellen werken op 230 V via Schuko of CEE 16A, en welke vragen 400 V krachtstroom via CEE 32A, 63A of meer?
  4. Duur en locatie: hoe lang heb je stroom nodig, en blijft het verbruik op één plek of verplaatst het zich?

Die lijst levert één cijfer op: het gevraagde vermogen in kVA. Dat cijfer stuurt de rest van de procedure. Volgens het Brusselse advies over elektrische aansluitingen krijg je tot en met 56 kVA een aansluiting op het laagspanningsnet. Tussen 56 en 250 kVA kan de aansluiting vanuit middenspanning komen, en boven 250 kVA gebeurt ze vanuit middenspanning.

Let op met piekvermogen. Uit overleg met de bouwsector blijkt dat niet elke werf in aanmerking komt voor een werfaansluiting, bijvoorbeeld wanneer een elektrische kraan een piekvermogen vraagt dat de netbeheerder niet kan of wil leveren. Geef de pieken dus correct door, zodat je niet pas laat merkt dat je aanvraag niet past.

Stap 2: bestaande aansluiting of tijdelijke netaansluiting?

De Code van Goede Praktijk werkt volgens het principe “Grid First”: je onderzoekt eerst of een netaansluiting beschikbaar, op tijd realiseerbaar en proportioneel is. De compacte beslisboom van VITO zet dat om in een vaste volgorde:

  1. Bestaande aansluiting op of vlak bij de locatie. Denk aan een sporthal naast het festivalterrein, een gemeentelijk marktplein met vaste stroompunten of de aansluiting van een bestaand gebouw op de werf. Vraag de eigenaar welk vermogen er beschikbaar is en of je erop mag aftakken.
  2. Nieuwe of verzwaarde tijdelijke aansluiting via de distributienetbeheerder. Volstaat het bestaande vermogen niet, dan komt er een tijdelijke aansluiting bij.
  3. Haalbaarheid volgens de netbeheerder. De inschatting en de offerte van de netbeheerder, met het beschikbare vermogen, de doorlooptijd en de kost, beslissen uiteindelijk.

Kan het net de volledige vraag dekken, dan toets je eerst een oplossing met enkel netstroom. Is het net beperkt of niet op tijd beschikbaar, dan herbekijk je eerst je vraag, je planning en de fasering van het project. De beslisboom is een hulpmiddel en geen verplicht stappenplan: de uitkomst is de configuratie die je eerst toetst, geen automatische keuze.

Sommige steden hebben daar eigen richtwaarden voor. Volgens dezelfde beslisboom stuurt Stad Gent naar een tijdelijke aansluiting bij 8 weken stroombehoefte voor vaste werken, of bij 12 weken op dezelfde locatie voor verplaatsbare werken. In situaties waar hinder gevoelig ligt, kan een tijdelijke aansluiting ook bij een kortere duur verantwoord zijn.

Stap 3: vraag de aansluiting aan bij je netbeheerder

Bij wie je aanvraagt, hangt af van het gewest en de gemeente. In Vlaanderen is dat Fluvius, in het Brussels Gewest Sibelga. In Wallonië hangt het van de gemeente af welke netbeheerder bevoegd is. Volgens Vlaanderen.be voert de netbeheerder de werken uit nadat je de offerte hebt aanvaard en er een datum is vastgelegd. Een nieuwe aansluiting moet ook gekeurd zijn voordat ze in dienst gaat. De concrete stappen bij Fluvius lees je in onze gids over de Fluvius tijdelijke aansluiting.

Wat je bij de aanvraag klaar hebt

  • Exacte locatie: adres of perceel, met een plannetje waar de werfkast of het aansluitpunt komt en hoe ver dat van de rooilijn ligt.
  • Gevraagd vermogen: in kVA, met spanning (230 V of 400 V) en een idee van de pieken.
  • Periode: startdatum, einddatum en eventueel de opbouwdagen voor een evenement.
  • Gegevens van de aanvrager en de facturatie: organisator, bouwheer of aannemer.
  • Aanvraag tot wegname: voor een evenement voeg je die beter meteen toe (zie stap 7).

Weet ook waar de verantwoordelijkheid van de netbeheerder stopt. Volgens de VITO/EMIS-studie over werfaansluitingen zorgt de distributienetbeheerder enkel voor de aansluiting op het net. De aansluitkabel en de werfkast levert en plaatst de bouwheer zelf. Dat materiaal regel je dus apart.

Doorlooptijden per vermogen

De beslisboom van VITO geeft deze indicatieve doorlooptijden voor een tijdelijke aansluiting:

Gevraagd vermogen Net Netstudie Indicatieve doorlooptijd
Minder dan 25 kVA Laagspanning Nee 2 tot 4 weken
25 tot 56 kVA Laagspanning Ja 4 tot 8 weken
56 tot 100 kVA Afhankelijk van het net Ja 2 tot 4 maanden
Meer dan 100 kVA of middenspanning Middenspanning Ja 3 tot 12 maanden of meer

Gemeenten geven organisatoren vaak een eigen vuistregel mee. Stad Izegem vraagt bijvoorbeeld om de tijdelijke aansluiting rechtstreeks bij Fluvius aan te vragen, het liefst 2 maanden voor de activiteit. Voor een kleine markt of buurtfeest is dat ruim, maar voor een festival boven 56 kVA is het te krap. Daar begin je best een half jaar of langer op voorhand.

Wat kost een tijdelijke aansluiting?

De netbeheerder maakt altijd een offerte op maat. Als grootteorde vermeldt de VITO/EMIS-studie uit 2019 voor Fluvius op laagspanning:

Kostenpost Indicatief bedrag (prijspeil 2019)
Tijdelijke aansluiting 1.000 tot 3.700 euro incl. btw, zonder energiekost
Netstudie, indien nodig ongeveer 350 tot 750 euro incl. btw
Bijkomende werken bijvoorbeeld herstel van bestrating

Volgens dezelfde studie is een bijkomende studie nodig bij meer dan 25 kVA, bij een afstand van meer dan 25 meter tot de rooilijn of als er geen net aan het perceel ligt. Daarnaast betaal je het verbruik via je energiecontract, en voorzie je een budget voor de keuring en het materiaal achter de aansluiting. Kijk voor actuele tarieven altijd naar de offerte en de tarieflijst van je netbeheerder: de bedragen hierboven geven een grootteorde, geen prijsbelofte.

Stap 4: bouw de installatie achter de aansluiting op

Zodra je weet waar en wanneer de aansluiting komt, plan je de installatie erachter. Een goed opgebouwde tijdelijke installatie bestaat uit:

  • Een werfkast of hoofdverdeelkast bij het aansluitpunt, met de juiste beveiligingen en differentieelschakelaars.
  • Verdeelkasten dichter bij de verbruikers, bijvoorbeeld een verdeelkast van 63A voor een podiumzone en kleinere verdelers van 32A voor bars en standen.
  • Kabels op maat van het vermogen: CEE-verlengkabels voor krachtstroom en Schuko voor lichte 230V-toestellen, met voldoende doorsnede over de afstand.
  • Kabelbescherming: kabelgoten en kabelbruggen waar publiek, heftrucks of voertuigen passeren.
  • Aarding: aardpennen en aardingskabel, plus een meting van de aardingsweerstand.

Dat laatste wordt vaak onderschat. De gemeente Erpe-Mere wijst organisatoren erop dat een goed werkende aarding een absolute noodzaak is, en dat vaak gewoon een piket in de grond geslagen wordt zonder de weerstand te controleren. Meet dus altijd, ook als het terrein er droog en eenvoudig uitziet. Hoe je dat aanpakt, lees je in onze gids over aarding en keuring.

Voor evenementen helpt een stroomplan met de positie van elke kast, elke kabelroute en elke verbruiker. De keurder vraagt er vaak naar, en het maakt de opbouw sneller. Ons artikel over tijdelijke stroomvoorziening voor een evenement opbouwen gaat daar dieper op in. Voor een werf staat de keet meestal centraal, zie werfkeet veilig aansluiten volgens het AREI.

Stap 5: laat keuren vóór de ingebruikname

Dit is het moment waarop de opstartprocedure echt eindigt. Volgens de Code van Goede Praktijk van VITO moet elke elektrische installatie in België, permanent of tijdelijk, voldoen aan het AREI, Boek 1 voor laagspanning. Een tijdelijke installatie moet gekeurd worden door een erkend controleorganisme voordat je ze voor het eerst in gebruik neemt.

Drie zaken om goed te weten:

  1. Wie keurt? Alleen een organisme dat door de FOD Economie erkend is. Daarvoor moet het volgens de FOD Economie onder meer geaccrediteerd zijn volgens NBN EN ISO/IEC 17020 via BELAC of een gelijkwaardige instantie, en een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid hebben.
  2. Wanneer? Na de volledige opbouw en vóór de ingebruikname. Brandweerzone Fluvia vraagt bij evenementen een keuring van de tijdelijke elektrische installatie door een erkend organisme na de opbouw. Plan de keurder dus in op het einde van je opbouwdag, niet op het moment dat de deuren opengaan.
  3. Hoe vaak? Blijft een installatie langer staan, dan volgt een periodieke controle. Voor transporteerbare, mobiele en tijdelijke installaties is die volgens de FOD Economie jaarlijks, na de eerste controle.

Vraag je af welke onderdelen van het AREI precies gelden voor werfkasten, verdeelkasten en kabels? Lees dan ons overzicht over het AREI voor tijdelijke installaties. Bij twijfel over je opstelling vraag je het vooraf aan je installateur of het controleorganisme. Dat is goedkoper dan een herkeuring op de dag zelf.

Stap 6: lokale regels en attesten bij evenementen

Naast de netbeheerder en het AREI spelen ook de gemeente en de brandweer mee. De Code van Goede Praktijk kan volgens VITO dienen als basis voor bijzondere voorwaarden in omgevingsvergunningen en voor lokale reglementen, zoals politiereglementen voor activiteiten zonder vergunningsplicht. Je gemeente kan dus extra eisen stellen.

Bij evenementen vraagt de brandweer vaak meer dan het keuringsverslag van de elektrische installatie. Brandweerzone Fluvia noemt bijvoorbeeld attesten voor veiligheidsverlichting en voor waarschuwing en alarm, en extra attesten voor zaken als kermisattracties. Die eisen hangen af van de opzet van je evenement. Vraag daarom bij je evenementenaanvraag welke attesten je gemeente en brandweerzone willen zien, en tegen wanneer.

Werk je op een marktplein of kerstmarkt met vaste stroompunten, dan regelt de stad vaak een deel van de aansluiting. De verdeling naar de kramen en de keuring van wat je zelf bijplaatst blijven wel jouw zaak.

Stap 7: afbouw en wegname

Een tijdelijke aansluiting moet ook weer weg. Izegem raadt organisatoren aan om bij de aanvraag meteen een aanvraag voor “wegname tijdelijke aansluiting” te voegen, zodat er achteraf geen bijkomende aansluitingskosten aangerekend worden. Spreek daarnaast af wie de installatie spanningsloos maakt, wie de kabels oprolt en wie het materiaal terugbrengt. Zo sluit je het project net zo gecontroleerd af als je het opstartte.

Opgerolde stroomkabels klaar om meegenomen te worden

Retroplanning voor een vlotte opstart

Een voorbeeld voor een evenement met een tijdelijke aansluiting van 25 tot 56 kVA, gebaseerd op de doorlooptijden hierboven:

Moment Actie
4 tot 6 maanden vooraf Verbruikerslijst, gelijktijdigheid en kVA bepalen. Bestaande aansluitingen in de buurt nagaan.
3 tot 4 maanden vooraf Aanvraag bij de netbeheerder, inclusief wegname. Evenementenaanvraag bij de gemeente.
2 tot 3 maanden vooraf Offerte aanvaarden, datum vastleggen. Stroomplan uittekenen.
1 maand vooraf Materiaal reserveren: werfkast, verdeelkasten, kabels, aarding, kabelbescherming. Keurder inplannen.
Opbouwdag Installatie opbouwen, aarding meten, keuring na de opbouw.
Na het evenement Spanningsloos maken, afbouwen, materiaal terugbrengen, wegname door de netbeheerder.

Boven 56 kVA schuift alles op: de netstudie alleen kan dan maanden duren.

Onze kijk op een goede opstart

Wij zien het elke week: de aansluiting van de netbeheerder staat op tijd klaar, maar het materiaal erachter wordt pas op het laatste moment geregeld. Dan blijkt de kabel te kort, past de stekker niet op de kast of ontbreekt er een aardingsmeting wanneer de keurder aankomt. De opstart loopt niet vast op de papieren, maar op de laatste meters.

Daarom raden we aan om het materiaal mee te plannen vanaf het moment dat je het vermogen kent. Een werfkast, verdeelkasten en kabels die bij elkaar passen en voldoen aan de Europese normen, maken de keuring voorspelbaar. Ons materiaal is daar ook op gericht: complete, gebruiksklare sets in plaats van losse stukken die je ter plaatse moet combineren.

En opstarten gebeurt zelden tijdens de kantooruren. Opbouw loopt 's avonds en 's nachts door. Daarom zijn we 24/7 bereikbaar, kun je via onze nachtsas ophalen en terugbrengen, en heb je met Fien één vast aanspreekpunt dat je project kent.

Belgalink

Gebruiksklaar materiaal voor je tijdelijke stroom

De netbeheerder levert de aansluiting, jij zorgt voor alles erachter. Bij Stroomhuren huur je per dag of per project stroomkasten, verdeelkasten, CEE- en Schuko-kabels, verdeelpanelen, aardingsmateriaal, overgangen, kabelgoten en meetapparatuur. Je kiest voor dry hire, waarbij je het materiaal zelf ophaalt en opbouwt, of voor volledige service met installatiebemiddeling.

Stroomhuren

We zijn VCA-gecertificeerd, geven advies over veiligheid en sturen je offerte binnen 24 uur. Bekijk ons aanbod voor werfkasten, stroom voor een markt of kerstmarkt of aardingsmeters, of vraag een set op maat aan via Stroomhuren.be.

Veelgestelde vragen

Hoe lang op voorhand vraag ik een tijdelijke aansluiting aan?

Dat hangt af van het vermogen. Onder 25 kVA reken je op 2 tot 4 weken. Tussen 25 en 56 kVA op 4 tot 8 weken, en daarboven op enkele maanden tot meer dan een jaar. Voor evenementen vragen gemeenten zoals Izegem minstens 2 maanden op voorhand.

Mag ik de installatie gebruiken zodra de netbeheerder heeft aangesloten?

Nee. Een tijdelijke installatie moet volgens het AREI eerst gekeurd worden door een erkend controleorganisme. Die keuring gebeurt na de volledige opbouw en vóór de eerste ingebruikname. Zonder positief verslag gaat er geen spanning op.

Levert de netbeheerder ook de werfkast en de kabels?

Nee, de netbeheerder zorgt enkel voor de aansluiting op het net. De werfkast, de aansluitkabel en de verdeling erachter regelt de bouwheer of organisator zelf. Dat materiaal kun je huren, als dry hire of met volledige service.

Wat als mijn installatie langer dan een jaar blijft staan?

Dan volgt een periodieke controle. Voor transporteerbare, mobiele en tijdelijke installaties is die jaarlijks, na de eerste keuring. Plan die controle tijdig in, zodat je installatie zonder onderbreking in gebruik kan blijven.

Welke documenten vraagt de brandweer bij een evenement?

Minstens het keuringsverslag van de tijdelijke elektrische installatie. Vaak komen daar attesten bij voor veiligheidsverlichting, waarschuwing en alarm, en soms voor attracties of tijdelijke constructies. Vraag je brandweerzone bij de evenementenaanvraag welke lijst voor jouw opzet geldt.

Bronnen

Vlaanderen.be: aansluiting voor elektriciteit of aardgas

VITO: compacte beslisboom voor tijdelijke elektriciteitsvoorziening (2026)

VITO: Code van Goede Praktijk voor tijdelijke en verplaatsbare elektriciteitsvoorziening (2026)

BIUW: Code van Goede Praktijk voor tijdelijke en verplaatsbare elektriciteitsvoorziening

VITO/EMIS: voorzien van een werfaansluiting

Brugel: advies over elektrische aansluitingen (2008)

Brandweerzone Fluvia: attesten en keuringen bij evenementen

FOD Economie: erkende controleorganismen

FOD Economie: types van controle van elektrische installaties

Stad Izegem: nutsvoorzieningen

Gemeente Erpe-Mere: tijdelijke constructies op je evenement

Aanbevelingen