Naar de inhoud
Terug naar blog

Een tijdelijke installatie inkoppelen: stappen, regels en keuring

Een tijdelijke installatie inkoppelen: stappen, regels en keuring

In België mag je een tijdelijke elektrische installatie pas inkoppelen als vier dingen in orde zijn. Het materiaal moet geschikt zijn voor buitengebruik en de aarding moet gemeten zijn. Aan de kop van de installatie hoort een differentieelschakelaar, en een erkend controleorganisme moet de installatie goedgekeurd hebben. Op een werf komt daar meestal nog een aanvraag bij de netbeheerder bij. Op een evenement koppel je vaak in op een bestaande aansluiting of op een stroomgroep. In deze gids lees je wat er per situatie nodig is en in welke volgorde je het doet. Je vindt er ook de waarden die een keurder controleert.

Stroomhuren
stroomhuren.be
Voorzie je installatie van passende stroommaterialen
Stroomhuren verhuurt stroomkasten, kabels, verdeelpanelen en aardingsmaterialen voor tijdelijke installaties op werven en evenementen.
Bekijk het aanbod

Kort samengevat

  • Een tijdelijke installatie (werfkast, festival, kermis, beurs) moet volgens het AREI gekeurd worden vóór ze in gebruik gaat en daarna elk jaar opnieuw.
  • Bij een installatie die je telkens ter plaatse opnieuw samenstelt, zoals bij een festival of een evenement, is er een keuring nodig vóór elke ingebruikname. Er bestaat een beperkte uitzondering van hoogstens 48 uur.
  • Een werfkast heeft altijd een algemene differentieel van maximaal 300 mA, een degelijke aarding, IP-bescherming voor buiten en een slot.
  • Voor een werfaansluiting op het net heb je een goedgekeurde offerte, een keuringsverslag en een energiecontract nodig. Pas daarna koppelt de netbeheerder in.
  • Werk altijd met gecertificeerd, gekeurd materiaal en laat het inkoppelen zelf over aan een elektricien.

Inhoudsopgave

Wat inkoppelen van een tijdelijke installatie precies inhoudt

Inkoppelen betekent dat je een tijdelijke installatie onder spanning brengt. Je verbindt de installatie met een voedingsbron: het distributienet, een bestaande vaste installatie of een stroomgroep. Daarna volgen de verdeelkasten en kabels die naar de gebruikers lopen.

Volgens de FOD Economie over Boek 1 van het AREI is een tijdelijke installatie een installatie met een beperkte duur. Ze valt grofweg in drie groepen:

  • Inrichtingen van beperkte duur, zoals een tent, een podium of een standenbouw voor één evenement.
  • Regelmatig herhaalde installaties, zoals foorinstallaties (AREI hoofdstuk 7.11).
  • Installaties voor bouwwerken, de klassieke werfinstallatie (AREI hoofdstuk 7.4).

Het AREI zoals het nu geldt, is van toepassing sinds 1 juni 2020. De regels voor tijdelijke installaties zijn strenger dan die voor een vaste woning. De reden ligt voor de hand: buiten, in regen en tussen voertuigen is het risico op beschadigde kabels en aanraking veel groter.

Twee situaties met een andere aanpak

Voordat je een kabel uitrolt, moet je weten in welke situatie je zit. De procedure verschilt sterk.

1. Een nieuwe aansluiting op het distributienet (werfaansluiting). Je bouwt of renoveert en er is nog geen meter. Dan vraag je een werfaansluiting aan bij de netbeheerder, in Vlaanderen Fluvius en in een groot deel van Wallonië ORES. Jij zorgt voor een werfkast die aan hun voorwaarden voldoet en de netbeheerder koppelt die in.

2. Inkoppelen op een bestaande voeding. Denk aan een evenementenzaal, een bedrijfsterrein, een marktplein met een voetpadkast of een stroomgroep. Je bouwt dan een tijdelijke verdeling op achter een bestaand aansluitpunt. De netbeheerder komt er meestal niet aan te pas. De keuring en de beveiliging blijven wel verplicht.

Lees voor de werfroute ook onze gids over de Fluvius tijdelijke aansluiting met de procedure en doorlooptijd. Voor evenementen staat de opbouw stap voor stap in tijdelijke stroomvoorziening opbouwen voor een evenement.

Wat je klaar hebt staan voor je inkoppelt

De meeste vertragingen ontstaan omdat er op de dag zelf één onderdeel ontbreekt. Met deze lijst zie je of alles klaarstaat.

Onderdeel Wat de regels vragen Waarom
Werfkast of verdeelkast Conform NBN EN 61439-4, dubbel geïsoleerd (klasse II), vergrendelbaar, met waarschuwingsborden (Fluvius) Geen aanraakbare metalen delen, geen toegang voor onbevoegden
Beschermingsgraad Minstens IP43 en IK08 bij ORES, IP X4 voor buiten volgens Bouwunie Bestand tegen regen en stoten
Aansluitkabel naar het net H07RN-F, 5 geleiders, voor Fluvius minstens 10 mm² Soepele rubberkabel die tegen buitengebruik kan
Aarding Aardelektrode met aardingskabel, bij ORES een VOB-kabel van minstens 16 mm² Beschermingsgeleiders veilig afleiden
Differentieelbeveiliging Algemene differentieel van maximaal 300 mA aan de kop Bescherming tegen lekstromen en brand
Kabelbescherming Kabelgoten of kabelbruggen waar mensen of voertuigen passeren Kabels niet platrijden, niemand die struikelt
Brandblusser (evenement) Een CO²-blusser van 5 kg vlakbij de installatie, zoals de gemeente Wellin voorschrijft Snel blussen bij een elektrische brand
Documenten Eendraadschema, situatieplan, keuringsverslag Nodig voor keurder en netbeheerder

De gemeente Wellin vraagt ook dat materiaal en bekabeling CE- en/of CEBEC-gekeurd zijn en waterdicht wanneer ze buiten liggen. Veel steden en gemeenten stellen in hun evenementenreglement gelijkaardige eisen. Kijk daarom altijd het reglement van je eigen gemeente na voordat je de vergunning aanvraagt.

ORES geeft in fiche E-15 over een voorlopige aansluiting ook de binnenafmetingen van de kast: van 700 x 300 x 270 mm (tot 80 A) tot 900 x 900 x 350 mm (80 tot 250 A). De kast moet op een verticale steun of sokkel staan, op de plaats die ORES aanduidt.

Stap voor stap inkoppelen

De volgorde hieronder geldt voor een werfkast. Voor een evenementenverdeling is de logica dezelfde: eerst plaatsen en aarden, dan beveiligen, keuren en pas op het einde onder spanning zetten.

  1. Kies de plaats. Zet de kast goed bereikbaar voor de netbeheerder en de keurder, buiten de route van machines en vrachtwagens. Volgens Bouwunie moet de kast zo staan dat ze niet makkelijk omvalt. Is de plek publiek toegankelijk, dan hoort er een veiligheidsslot op.
  2. Plaats de aarding. Sla de aardelektrode in de grond, verbind ze met de aardingskabel en sluit die aan op de aardingsklem van de kast. Bij ORES doe je dat zelf: de netbeheerder legt geen aarding aan. Op de kast moet daarom zichtbaar staan dat de aarding niet door de netbeheerder werd voorzien.
  3. Meet de aardingsweerstand. Een meting met een aardingsmeter vertelt je meteen of de waarde goed is (zie de tabel verderop). Is ze te hoog, dan plaats je extra pennen of maak je de pen langer voordat de keurder komt.
  4. Monteer de kast. Zet ze waterpas en stevig vast op paal, sokkel of frame. Dicht ongebruikte kabelinvoeren af met blindstoppen uit kunststof. Gebruik kunststof wartels en per wartel telkens maar één kabel, zoals Bouwunie aanbeveelt.
  5. Controleer de beveiligingen. Kijk of de algemene differentieel er is en of elke kring een automaat heeft die past bij de doorsnede van de kabel. Bouwunie stelt dat de juiste automaten gekozen moeten worden in functie van de sectie van de geleiders.
  6. Bereid de voedingskabel voor. Voor Fluvius is dat een H07RN-F met vijf geleiders van minstens 10 mm². De geelgroene geleider gebruik je daarbij niet en isoleer je aan beide uiteinden. Fluvius vraagt ook dat de aansluitkabel altijd onderaan aangesloten wordt, in de volgorde L1-L2-L3-N van links naar rechts. De klemmen worden aangespannen met 6 à 9 Nm en onderaan de aansluitscheider komt het meegeleverde isolatieschot.
  7. Laat keuren. Een erkend controleorganisme controleert de installatie en levert een verslag af. Zonder goedkeuring gaat er geen spanning op.
  8. Inkoppeling door de netbeheerder. Bij een werfaansluiting plaatst de netbeheerder de meter, sluit de voedingskabel aan en verzegelt de kast.
  9. Verdeel naar de gebruikers. Pas nu rol je de verlengkabels en verdeelkasten uit. Kabels die over een doorgang lopen, leg je in een kabelgoot of onder een kabelbrug en nooit los op de grond waar voertuigen rijden.

Lees bij stap 2 en 3 ook onze gids over aarding en keuring bij tijdelijke installaties.

Beveiliging en aarding: de waarden die tellen

Hier kijkt een keurder het eerst naar. De waarden verschillen tussen een werfkast en een evenementeninstallatie met tenten en standen.

Situatie Differentieelbeveiliging Aardingsweerstand
Werfaansluitingskast Algemene differentieel max. 300 mA, minstens 40 A, aan de kop van de installatie (praktische gids AREI art. 86) Max. 30 Ω
Tenten, structuren en standen op evenementen Alle stroombanen minstens beschermd door een differentieel van ≤ 100 mA (veilige-evenementen.be) Max. 500 Ω voor de aardverbinding van de beschermingsgeleiders

In de praktijk plaatst een elektricien vaak een extra, gevoeligere differentieel van 30 mA voor de stopcontacten. Dat gebeurt achter de algemene differentieel van 300 mA. Welke combinatie je installatie nodig heeft, hangt af van wat je aansluit en waar. Laat dat daarom bepalen door de elektricien die de installatie ontwerpt.

Volgens dezelfde praktische gids moet een werfaansluitingskast ook nog:

  • een pictogram “levensgevaar” op de deur hebben;
  • uit onbrandbaar materiaal bestaan en geschikt zijn voor buitenopstelling (IP44);
  • alle delen onder spanning afgeschermd hebben (IPXX-B of hoger);
  • steeds op slot zijn.

Bouwunie wijst erop dat de meeste problemen met werfkasten te maken hebben met de staat van de kast. Het gaat dan om afgebroken aardingspennen in stopcontacten, loshangende stopcontacten of een opening in de kast. Een kast die na elke verhuur nagekeken wordt, voorkomt precies die fouten.

Sinds september 2026 ligt er ook een Code van Goede Praktijk voor tijdelijke verplaatsbare elektriciteitsvoorziening als finale draft klaar. De code maakt per omgeving onderscheid in de vereiste IP-graad en de minimale beveiliging. Ze helpt bij de analyse en de systeemkeuze, maar vervangt geen ontwerp op maat voor je project.

Beveiliging en aarding: de waarden die tellen

Wie mag inkoppelen en welke keuring nodig is

Het AREI is duidelijk over de keuring. Volgens de FOD Economie over de soorten controles is een gelijkvormigheidscontrole vóór de ingebruikname verplicht voor:

  • een nieuwe installatie;
  • een tijdelijke, mobiele of verplaatsbare installatie, zoals een werfkast;
  • een vaste machine of elektrisch toestel op laag- of zeer lage spanning;
  • een belangrijke wijziging of uitbreiding.

Daarnaast moet een verplaatsbare, mobiele of tijdelijke installatie elk jaar een periodiek controlebezoek krijgen. Voor andere niet-huishoudelijke installaties is dat om de vijf jaar. Vindt de keurder inbreuken, dan mag de installatie niet in gebruik. Je lost eerst de inbreuken op en laat daarna een nieuwe controle uitvoeren.

Voor festivals, kermissen en andere installaties die je telkens ter plaatse samenstelt, geldt een extra regel. Atlas Controle is een erkend controleorganisme en vat het AREI zo samen: zo’n installatie met variabele samenstelling vraagt een gelijkvormigheidscontrole vóór elke ingebruikname. De controle omvat ook de netaansluiting en de plaatselijke aarding. Voor hoogstens 48 uur is een vrijstelling mogelijk onder de verantwoordelijkheid van de uitbater. Die verantwoordelijkheid is zwaar: bij een incident moet je kunnen aantonen dat alles conform was. Overleg vooraf met je keuringsorganisme of die vrijstelling voor jouw evenement van toepassing is.

Wat de keurder controleert. Hij bekijkt eerst het eendraadschema en het situatieplan, en voor een netaansluiting ook de EAN-code. Daarna volgt een visuele controle. Tot slot meet hij: werken de differentieels, en kloppen de aarding, de continuïteit en de isolatie? Zorg dat die documenten klaarliggen, dan verloopt het bezoek vlot.

Wie fysiek inkoppelt. Laat het aansluiten op de voeding over aan een elektricien. Hij kent de installatie en tekent mee voor het schema dat de keurder controleert. De eigenaar of uitbater blijft wettelijk verantwoordelijk voor de installatie. Zijn plichten staan in afdeling 9.1.1 van Boek 1 van het AREI. Voor de volledige regels per type installatie verwijzen we naar ons overzicht over het AREI voor tijdelijke installaties.

De procedure bij Fluvius of ORES

Gaat het om een nieuwe aansluiting op het net, dan bepaalt de netbeheerder de laatste stap. Volgens de Fluvius-brochure over de tijdelijke werfaansluiting vraag je die aan via fluvius.be of via je energieleverancier. Fluvius voert de aansluiting pas uit als:

  • je de offerte ondertekend hebt;
  • je installatie technisch in orde is en gekeurd door een erkend organisme;
  • je vóór de indienststelling een contract hebt met een energieleverancier.

Vraag je meer dan 25 kVA of ligt de woning verder dan 25 m van de rooilijn, dan is eerst een studie nodig. Reken die extra tijd mee in je planning. Een werfaansluiting met tijdelijke kabel kan bij Fluvius alleen via een bovengrondse aansluiting of rechtstreeks vanuit een distributiecabine of voetpadkast. Na de bouw wordt de kabel afgekoppeld en de meter weggehaald.

Vlaanderen.be zet de twee opties op een rij. Een tijdelijke aansluiting wordt nadien volledig weggenomen. Een werfaansluiting met definitieve aansluitkabel wordt later de definitieve aansluiting. Kies je de tweede optie, dan bespaar je een tweede graafbeurt.

Bij ORES is een voorlopige aansluiting normaal beperkt tot 24 maanden. Daarna wordt ze vervangen door een definitieve aansluiting. Na afloop mag ORES de voorlopige aansluiting afkoppelen, na een opzegging per aangetekende brief. Voor tijdelijke stroom op een openbaar terrein vraagt ORES daarnaast een schriftelijke toestemming van de gemeente en eventueel van de eigenaar van het terrein.

Zo bekijken wij het

Bij inkoppelen draait alles om voorbereiding. Het mislukt zelden door het moment van onder spanning zetten zelf. Het loopt mis op een kast zonder slot, een aardingskabel die te kort is of een verlengkabel met een gebarsten stekker. Wie dat pas ontdekt als de keurder op de stoep staat, verliest een dag of zelfs zijn opbouwvenster.

Daarom werken we met materiaal dat voldoet aan de Europese normen en dat na elke verhuur terugkomt in ons magazijn. We stellen sets samen die passen bij het vermogen en de omgeving van je project: de verdeelkast, de kabels, de aarding, de kabelgoten en de meetapparatuur. Zo staat alles klaar wat een keurder wil zien.

Wil je zelf opbouwen met je eigen elektricien, dan kies je voor dry hire. Wil je dat we de installatie volledig regelen, dan bemiddelen wij de installatie. In beide gevallen heb je één vast aanspreekpunt, Fien, en een offerte binnen 24 uur. Omdat opbouw zelden binnen kantooruren valt, zijn we 24/7 bereikbaar. Met de nachtsas haal je materiaal ook buiten de openingsuren op en breng je het terug.

Belgalink

Materiaal dat klaar is om in te koppelen

Stroomhuren verhuurt alles wat je in de stappen hierboven nodig hebt, als losse onderdelen of als complete set die meteen gebruiksklaar is. Je kiest een verdeelkast om te huren in de maat van je aansluiting, bijvoorbeeld de verdeelkast 32A of de verdeelkast 63A. Voor de aarding is er een aardingskabel van 16 mm² op haspel, en met een aardingsmeter controleer je de weerstand vóór de keuring.

Stroomhuren

Waar mensen of voertuigen over je kabels passeren, leg je een kabelgoot of een kabelbrug. Ben je bezig met een bouwproject, kijk dan bij werfstroom huren. Voor festivals, markten en bedrijfsfeesten vind je alles bij stroom huren voor een evenement. Vraag je offerte aan en je krijgt binnen 24 uur een voorstel op maat.

Veelgestelde vragen

Mag ik een tijdelijke installatie zelf inkoppelen?

Als eigenaar of uitbater ben je verantwoordelijk voor de installatie, maar het aansluiten op de voeding laat je beter over aan een elektricien. Bij een werfaansluiting koppelt de netbeheerder zelf in, en pas nadat een erkend organisme de installatie gekeurd heeft. Bij een evenement blijft een keuring vóór ingebruikname verplicht, ook als je op een bestaande aansluiting inkoppelt.

Hoe vaak moet een tijdelijke installatie gekeurd worden?

Volgens de FOD Economie is een gelijkvormigheidscontrole nodig vóór de eerste ingebruikname, en daarna elk jaar een periodiek controlebezoek. Stel je de installatie telkens opnieuw ter plaatse samen, zoals bij een festival, dan is er een controle nodig vóór elke ingebruikname. Daarop bestaat een beperkte vrijstelling van maximaal 48 uur.

Welke differentieel heb ik nodig voor een werfkast?

Aan de kop van een werfkast hoort een algemene differentieelschakelaar van maximaal 300 mA. Voor tenten, structuren en standen op evenementen moeten alle stroombanen minstens beveiligd zijn door een differentieel van 100 mA of gevoeliger. Je elektricien bepaalt welke extra beveiliging per kring nodig is.

Wat gebeurt er als de keuring negatief is?

Dan mag de installatie niet in gebruik. Je laat de inbreuken oplossen en vraagt een nieuwe gelijkvormigheidscontrole aan. Met gekeurd huurmateriaal, een gemeten aarding en volledige documenten beperk je die kans tot het minimum.

Hoe lang mag een voorlopige aansluiting blijven?

Bij ORES is een voorlopige aansluiting normaal beperkt tot 24 maanden, waarna ze vervangen wordt door een definitieve aansluiting. Bij Fluvius wordt de tijdelijke kabel na de bouw afgekoppeld en de meter weggehaald. Kies je meteen een werfaansluiting met definitieve kabel, dan wordt die later je vaste aansluiting.

Bronnen

FOD Economie: Boek 1 van het AREI FOD Economie: soorten controles van niet-huishoudelijke installaties Fluvius: werfaansluiting elektriciteit aanvragen Fluvius: brochure tijdelijke werfaansluiting Fluvius: aansluiten op het distributienet laagspanning ORES: fiche E-15 voorlopige aansluiting Vlaanderen.be: aansluiting voor elektriciteit of aardgas Bouwunie: de werfinstallatie in vraag en antwoord Praktische gids werfaansluitingen (AREI art. 86) Veilige evenementen: veilig gebruik van elektrische installaties Gemeente Wellin: installation électrique temporaire VITO/EMIS: Code van Goede Praktijk tijdelijke elektriciteitsvoorziening Atlas Controle: verplichte keuringen werf of tijdelijke installatie

Aanbevelingen