Fasekleuren en markering: L1, L2, L3, N en PE in België
In een Belgische driefasige installatie volgens de huidige kleurcode is L1 bruin, L2 zwart en L3 grijs. De nulgeleider (N) is blauw en de beschermingsgeleider of aarding (PE) is geel/groen gestreept. Die kleuren vind je vandaag terug in nieuwe kabels, verlengkabels en verdeelkasten. Maar de kleur vertelt je alleen welke functie een ader hoort te hebben. Of die fase echt op L1 zit, of het draaiveld klopt en of iemand vroeger iets verkeerd heeft aangesloten, weet je pas na een meting. Hieronder lees je wat elke kleur betekent, waar de regels vandaan komen, wat 3P+N+E wil zeggen en hoe je de fasevolgorde veilig controleert voor je een tijdelijke installatie onder spanning zet.
Kort samengevat
- Fasen: L1 bruin, L2 zwart, L3 grijs. Nul: blauw. Aarde (PE): geel/groen. Geel/groen is uitsluitend voor de beschermingsgeleider.
- 3P+N+E betekent drie fasen, een nulgeleider en een aarding: vijf aders, de klassieke opbouw van een 400V-krachtstroomkabel of CEE-aansluiting.
- De kleur zegt niets over de fasevolgorde. Het draaiveld controleer je met een draaiveldmeter, en binnen één installatie moet het overal gelijk zijn.
- Oudere installaties en sommige kabeltypes wijken af. Ga nooit uit van kleur alleen: meet eerst, en laat twijfel door een elektricien uitklaren.
- De kleurcode komt uit het Europese harmonisatiedocument HD 308 S2; de Belgische veiligheidseisen staan in het AREI.
Inhoudsopgave
- De kleurcode in één overzicht
- Wat L1, L2, L3, N en PE precies betekenen
- Wat betekent 3P+N+E?
- Welke regels gelden in België?
- Geeft de kleur ook de fasevolgorde aan?
- Fasekleuren in kabels, verlengkabels en verdeelkasten
- Oudere installaties en afwijkende kleuren
- Markeren als de kleur niet volstaat
- Onze kijk op fasekleuren in tijdelijke installaties
- Tijdelijke stroom met een duidelijke kleurcode
- Veelgestelde vragen
- Bronnen
De kleurcode in één overzicht
De tabel hieronder vat samen wat je in België in een moderne laagspanningsinstallatie mag verwachten. De fasekleuren en de kleuren voor nul en aarde komen overeen met wat Volta in zijn technologische fiches als gangbare praktijk in België opgeeft.
| Aanduiding | Functie | Kleur van de ader | Waar je het tegenkomt |
|---|---|---|---|
| L1 | Eerste fase | Bruin | Elke installatie; in eenfasig ook de enige fase |
| L2 | Tweede fase | Zwart | Driefasige kabels, CEE 400V, verdeelkasten |
| L3 | Derde fase | Grijs | Driefasige kabels, CEE 400V, verdeelkasten |
| N | Nulgeleider (neutraal) | Blauw | Eenfasig en driefasig met nul |
| PE | Beschermingsgeleider (aarding) | Geel/groen | Elke geaarde kabel en elk geaard toestel |
Twee dingen vallen op. Ten eerste: bruin is altijd een fase. In een gewone eenfasige verlengkabel met drie aders heb je dus bruin (fase), blauw (nul) en geel/groen (aarde). Ten tweede: geel/groen is een gereserveerde kleur. Nexans, dat de identificatie van geleiders volgens HD 308 toelicht, benadrukt dat die combinatie alleen voor de beschermingsgeleider dient. Een geel/groene ader gebruiken als fase of als nul is dus nooit een optie, ook niet “even tijdelijk” op een werf of festivalterrein.
Wat L1, L2, L3, N en PE precies betekenen
De letters beschrijven de functie van een geleider, los van de kleur van de isolatie. Dat is belangrijk, want kleuren zijn in de loop der jaren veranderd, de functies niet.
L1, L2 en L3 zijn de drie fasegeleiders. In een driefasennet voeren ze elk een wisselspanning die een derde periode (120 graden) verschoven is ten opzichte van de andere. Daardoor kan een driefasige aansluiting veel meer vermogen leveren dan een eenfasige, en kunnen motoren een draaiend magnetisch veld krijgen. Tussen twee fasen staat in een 3 x 400V-net een hogere spanning dan tussen een fase en de nul. Daarom heten ze ook wel krachtstroom: denk aan een krachtstroomkabel voor 400V naar een podium, een koelcel of een bouwkraan.
N is de nulgeleider of neutrale geleider. Via de nul vloeit de stroom van eenfasige verbruikers terug. Op een driefasige verdeelkast met nul kun je zo zowel 400V-toestellen als gewone 230V-stopcontacten voeden, door elke groep tussen één fase en de nul te zetten.
PE staat voor protective earth, de beschermingsgeleider. Die voert normaal geen stroom. Hij verbindt metalen behuizingen met de aarde, zodat bij een isolatiefout de beveiliging kan uitschakelen in plaats van dat iemand de spanning via een behuizing krijgt. Hoe je dat bij een tijdelijke opstelling goed aanpakt, lees je in onze gids over aarding en keuring van tijdelijke installaties.

Wat betekent 3P+N+E?
3P+N+E is de korte schrijfwijze voor drie fasen, een nulgeleider en een aarding. Je ziet ook 3P+N+PE, 3PN+E of gewoon “5-polig”. Het gaat telkens over dezelfde opbouw: L1, L2, L3, N en PE, dus vijf aders.
In de praktijk kom je de aanduiding tegen op:
- CEE-stekkers en -contactdozen. Een 5-polige CEE-stekker heeft een pin voor elke fase, een voor de nul en een voor de aarde. Hoe de pinnen en de kleur van de behuizing samenhangen, leggen we uit in onze gids over CEE-stekkers en hun kleurcode.
- Kabels met vijf aders, aangeduid als 5G (de G staat voor een geel/groene ader in de bundel). Voor zo’n 5G-kabel geldt volgens het productblad van de Nexans H07RN-F de kleurenreeks blauw, bruin, zwart, grijs en groen/geel. Een CEE-verlengkabel 16A met 5 × 1,5 mm² of een CEE-verlengkabel 32A met 5 × 6 mm² is zo’n 3P+N+E-kabel.
- Automaten en differentieelschakelaars. Een 3P+N-automaat beveiligt de drie fasen en schakelt ook de nul af.
Het verschil met 3P+E (vier aders, zonder nul) is in het veld belangrijk. Zonder nul heb je geen 230V tussen fase en nul beschikbaar, dus een verdeler met gewone stopcontacten kun je op zo’n aansluiting niet zomaar voeden. Kijk dus altijd of je bron, je kabel en je verdeelkast dezelfde configuratie hebben voor je bestelt of aansluit.
Welke regels gelden in België?
Twee documenten bepalen wat je in België mag verwachten.
Het AREI. Het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties is het Belgische veiligheidsreglement. Volgens de FOD Economie bestaat het AREI uit drie thematische boeken, waarvan Boek 1 over laagspanning en zeer lage spanning gaat. Daar valt bijna elke tijdelijke stroomvoorziening voor evenementen, werven en productielocaties onder.
HD 308 S2. Dit Europese harmonisatiedocument regelt de identificatie van aders in stijve en soepele kabels en leidingen tot en met 1 kV. Met die harmonisatie kwam de grijze ader erbij, wat volgens de kabelcatalogus van Cebeo een beter onderscheid tussen de fasen mogelijk maakte. Het resultaat is de reeks bruin, zwart, grijs voor de fasen.
Er zijn uitzonderingen. Volgens de technologische fiches van Volta geldt HD 308 S2 niet voor interne bedrading van machines, voor kabels in DC-toepassingen en voor luchtlijnen. In stuurkasten zie je ook andere kleuren: rood voor stuurkringen op wisselspanning, donkerblauw voor stuurkringen op gelijkspanning en oranje voor aftakkingen die onder spanning blijven als de hoofdschakelaar uit staat. Open je een generatorpaneel, een lichttafel of een machinekast, dan kan de kleurcode dus anders zijn dan in de voedingskabel ernaartoe.
Geeft de kleur ook de fasevolgorde aan?
Nee. Dit is de misvatting die in de praktijk het vaakst problemen geeft. Bruin-zwart-grijs zegt in welke volgorde de aders in een kabel zitten en op welke klem ze horen. Of de fase op de bruine ader ook echt voorloopt op die van de zwarte, hangt af van hoe alles stroomopwaarts is aangesloten: de netaansluiting, de generator, de hoofdverdeler, elke tussenliggende kabel.
Die volgorde heet het draaiveld. Voor verlichting, verwarming of geluid maakt de draairichting niet uit. Voor driefasige motoren wel: pompen, ventilatoren, compressoren van koelinstallaties, takels en roldeuren draaien de verkeerde kant op als twee fasen verwisseld zijn. Volta wijst er in zijn fiche over de draaiveldmeter op dat de fasevolgorde precies daarom cruciaal is voor de draairichting van driefasige elektromotoren.
Bij tijdelijke installaties komt daar iets bij: meerdere bronnen en verdelers die aan elkaar gekoppeld worden. Volta’s regel is eenvoudig: zorg dat in één installatie het draaiveld van alle driefasige stopcontacten overal gelijk is. Zo gedraagt een toestel zich hetzelfde, op welk stopcontact het ook ingeplugd wordt.
Zo controleer je het draaiveld
- Werk alleen als je daarvoor bevoegd bent. Meten op een installatie onder spanning is werk voor een vakbekwame elektricien of technicus. Ben je organisator of productieleider, laat dit dan door je elektricien of door de technicus van je stroomleverancier doen.
- Gebruik een draaiveldmeter die geschikt is voor de spanning en de meetcategorie van de installatie. Een spanningszoeker of een gewone multimeter toont het draaiveld niet.
- Meet aan de bron en op elk eindpunt dat een driefasig toestel voedt: de hoofdverdeler, elke onderverdeler en de CEE-contactdozen waarop motoren komen.
- Klopt het draaiveld niet, schakel dan spanningsloos en laat de fout op de juiste plaats herstellen, meestal in de stekker, contactdoos of verdeler waar twee fasen verwisseld zijn. Beveilig het afgeschakelde deel tegen herinschakelen, zoals beschreven in onze gids over lockout-tagout bij elektra.
- Meet opnieuw na elke wijziging en na het koppelen van een extra bron of verdeelkast.
Fasekleuren in kabels, verlengkabels en verdeelkasten
Op een evenement of werf zie je de aders zelden: ze zitten in een rubberen mantel en eindigen in een stekker. Toch blijft de kleurcode relevant op drie momenten.
Bij het aansluiten van een stekker of contactdoos. In een 5-polige CEE-stekker horen bruin, zwart en grijs op L1, L2 en L3, blauw op N en geel/groen op de aardpin. Wie hier twee fasen omwisselt, keert het draaiveld om voor alles wat daarachter hangt. Wie de nul met een fase verwisselt, kan op een 230V-stopcontact 400V zetten, met kapotte toestellen als gevolg.

Bij het openen van een verdeelkast. In een goed gebouwde verdeler lopen de kleuren door van de inkomende klemmen tot de automaten en stopcontacten. Dat maakt een visuele controle sneller, maar vervangt geen meting. Meer daarover in onze gids veilig werken met verdeelkasten.
Bij het verdelen van de belasting. Weet je welke groepen op welke fase hangen, dan kun je de belasting over L1, L2 en L3 spreiden. Een overbelaste fase terwijl de andere twee half leeg staan, is een klassieke oorzaak van uitvallende automaten tijdens een show. Houd bij lange kabeltrajecten ook rekening met spanningsval, want die is per fase te berekenen.
Oudere installaties en afwijkende kleuren
Niet elke kabel of installatie volgt de huidige reeks. Vóór de harmonisatie bestond er geen grijze fase-ader en werden andere combinaties gebruikt. In oudere gebouwen, loodsen en zalen kun je dus fasen tegenkomen in kleuren die je vandaag niet meer zou verwachten. Ook kan een eerdere installateur een ader een andere functie hebben gegeven dan de kleur doet vermoeden.
Daarnaast bestaan er kabeltypes waarin de kleur helemaal geen rol speelt. Cebeo vermeldt in zijn catalogus van speciale kabels bijvoorbeeld kabels met genummerde zwarte geleiders zonder geel/groene ader. Daar haal je de functie uit het nummer en de documentatie, niet uit de kleur.
Concreet betekent dat voor jou:
- Sluit je aan op een vaste installatie van een locatie, vraag dan vooraf naar de configuratie (3P+N+E of 3P+E) en laat de aansluiting door de elektricien van de locatie of je eigen elektricien meten.
- Zie je kleuren die niet in de tabel staan, werk dan niet verder op basis van een vermoeden. Laat de bedrading controleren door een elektricien.
- Merk je een geel/groene ader op een fase- of nulklem, schakel dan niet in. Dat is een fout die eerst hersteld moet worden.
Markeren als de kleur niet volstaat
Soms moet je een ader extra markeren: bij kabels met aders in één kleur, bij genummerde aders of wanneer je in een verdeler wilt tonen welke groep op welke fase zit. In de praktijk gebeurt dat met gekleurde isolatietape, krimpkous of merkringen aan de uiteinden, en met labels op de stekkers en contactdozen.
Een paar vuistregels uit het veld:
- Markeer met de kleuren van de norm: bruin, zwart, grijs voor de fasen, blauw voor de nul. Zo leest de volgende technicus het meteen.
- Markeer nooit iets met geel/groen dat geen beschermingsgeleider is.
- Label de functie, niet alleen de kleur: “L1”, “L2”, “L3”, “N”, “PE” op de ader of de klem, en de groepsnummers op de verdeelkast.
- Noteer de fasebezetting in je stroomplan, zodat je bij een storing weet welke fase welk podium, welke kraam of welke foodtruck voedt.
Markering helpt je om sneller en met minder fouten te werken. Ze maakt een meting na het opbouwen niet overbodig.
Onze kijk op fasekleuren in tijdelijke installaties
We zien op evenementen en werven telkens hetzelfde patroon: de kleurcode wordt als zekerheid gezien, terwijl ze in een tijdelijke installatie het startpunt is. Een tijdelijke opstelling wordt in een paar uur opgebouwd, met materiaal uit verschillende bronnen, op een aansluiting die je niet zelf hebt gelegd. Juist daar ontstaan verwisselde fasen en omgekeerde draaivelden.
Daarom werken we met materiaal dat conform de Europese normen is opgebouwd, zodat de kleuren in onze kabels en verdeelkasten overal dezelfde logica volgen. Maar we zeggen onze klanten ook eerlijk: vertrouw niet alleen op die kleuren. Meet het draaiveld na de opbouw, spreid de belasting over de drie fasen en leg vast welke groep op welke fase hangt. Wie wil, kan bij ons advies over veiligheid krijgen, of kiezen voor volledige installatiebemiddeling in plaats van dry hire. Fien blijft daarbij het vaste aanspreekpunt, zodat je vragen over aansluitingen, configuraties en metingen niet bij telkens iemand anders belanden.
— Belgalink
Tijdelijke stroom met een duidelijke kleurcode
Heb je voor een evenement, werf of productie driefasige kabels, verdeelkasten of aardingsmateriaal nodig, dan huur je bij ons gebruiksklare sets volgens de Europese normen. Je kiest zelf voor dry hire of volledige service, we bezorgen een offerte binnen 24 uur en we zijn 24/7 bereikbaar, met een nachtsas om materiaal af te halen en terug te brengen. Bekijk ons aanbod om stroom te huren voor je evenement of stel je set samen via een verdeelkast op maat.
Veelgestelde vragen
Welke kleur hoort bij welke fase?
In België is L1 bruin, L2 zwart en L3 grijs volgens de huidige kleurcode. De nul is blauw en de aarding geel/groen. In oudere installaties kunnen de kleuren afwijken, dus meet altijd voor je aansluit.
Mag ik bruin, zwart en grijs onderling verwisselen?
Elektrisch zijn het alle drie fasen, maar door ze te verwisselen keer je het draaiveld om. Voor verlichting maakt dat niets uit, voor driefasige motoren wel: die draaien dan de verkeerde kant op. Houd daarom de volgorde aan en controleer het draaiveld met een draaiveldmeter.
Is 3P+N+E hetzelfde als 5-polig?
Ja. 3P+N+E betekent drie fasen, een nulgeleider en een aarding, samen vijf aders of vijf pinnen. Een 5-polige CEE-stekker en een 5G-kabel hebben die opbouw. Een 4-polige uitvoering (3P+E) heeft geen nul.
Is de kleur van de ader wettelijk verplicht?
De kleurreeks komt uit het Europese harmonisatiedocument HD 308 S2, en het AREI legt de Belgische veiligheidsvereisten voor elektrische installaties vast. Geel/groen is voorbehouden aan de beschermingsgeleider. Bij twijfel over wat voor jouw installatie geldt, vraag je het na bij een erkende elektricien of je keuringsorganisme.
Bronnen
- Volta: technologische fiches
- Volta: informatiefiche over de draaiveldmeter
- FOD Economie: Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI)
- Nexans: identificatie van de geleiders volgens HD 308
- Nexans: productblad H07RN-F
- Cebeo: catalogus flexibele kabel
- Cebeo: catalogus speciale toepassingen